Brief aan Prinses Beatrix

Door Astrid H. Roemer, op Thu Apr 03 2025 14:58:00 GMT+0000

Hoeveel diepgang zit er in een mensenleven? Bitter weinig, volgens Astrid H. Roemer. Een kalenderjaar is zo om, een dag verdwijnt in een oogwenk. Maar misschien ligt de houdbaarheidsdatum anders voor mensen wier leven bestaat uit hoogtepunten. Voor mensen van adel, bijvoorbeeld. Roemer schrijft een brief aan koningin Beatrix, die ze voor het eerst zag als prinses tijdens de onafhankelijkheidsproclamatie van haar geboorteland Suriname. ‘Niet eerder had ik zulke tropenblauwe ogen gezien. Indrukwekkend. Koningsblauw. Of verbeeld ik mij dat maar zoveel jaren verder?’

NOG EENMAAL MAJESTEIT …

Het is nooit bij mij opgekomen dat er nog een bestaan mogelijk is behalve het gevoel van het moment. Nooit is het opgekomen bij mij dat ik een tijdperk aan het opbouwen was dat ik nooit zou kunnen binnendringen met mijn lijf. Nooit ook heb ik naar een persoon gekeken met het verlangen in een tijd die nog komen moest met zo iemand samen te zijn in hetzelfde leven. Ik heb mannen die wilden trouwen met mij verbannen uit mijn gezichtsveld. Ik heb niet verder gekeken dan de aarde rond is en de hemel ver en onbereikbaar. Dat was een visie die mij gaande en gezond heeft gehouden tot ik de grens kon voelen van iets wat voor mij eeuwig was en dat is gebleven. Ik begreep dat de toekomst is als een appel schillen die ik zelf opeet.

Hooggeëerde Prinses Beatrix, het is een wonderlijke ochtend in Paramaribo. De eerste vogels melden zich stilletjes rondom mijn balkon. Het licht van de ochtendzon heeft alles in mijn kamer weer zichtbaar gemaakt. En weer is de eerste gedachte die opkomt bij mij: HOEVEEL DIEPGANG ZIT IN EEN MENSENLEVEN. Haast elk kwartaal sterft iemand die ik ken en iedereen in mijn directe omgeving is hoe dan ook in de rouw. Ook ik. Het lijkt een patroon te vormen en ja, een uiterst geleerde medicus bevestigt het: wij mensen hebben een houdbaarheidswaarde, die duurt tot bij het zeventigste levensjaar. Wie langer blijft is aan het pieken en niemand weet waaraan dat ligt. Harde feiten. ER ZIT NIET VEEL DIEPGANG IN EEN MENSENLEVEN. Een kalenderjaar is zo om. Een dag is in een oogwenk verdwenen. Wat ik mijn bestaan noem is immers zo vlak als een vel briefpapier dat weliswaar volgeschreven raakt maar plat blijft en eindigend.

Misschien, echter, geldt dat niet voor personen die reeds door geboorte gedwongen worden een leven te leiden dat bestaat uit hoogtepunten. Ik neem aan dat een adellijke positie het overzicht biedt dat ik ontbeer. En historisch gezien lijkt troonopvolging voortdurend. Zet mij aan het denken. Ik wil weten of het met mensenlevens net zo is als met de wetten van het universum, dat, aldus fysici, alles overal dezelfde werkwijze heeft omdat de zogenoemde Big Bang een eenduidige gebeurtenis is. Niet alleen is er voor niets&niemand een ontkomen aan verval&dood, maar ook zijn de emoties die onze ervaringen kleuren niet verschillend. Is het daarom dat wij elkaar kunnen begrijpen? Bijvoorbeeld u, Hoogheid, in de hoogste regionen van de Nederlandse samenleving, en ik, laag bij de grond als diaspora-vreemdeling uit de Amazone-kustvlakte. Mogelijk. En daarom neem ik de vrijheid om u te schrijven, Hoogheid.

Wat ik mijn bestaan noem is immers zo vlak als een vel briefpapier dat weliswaar volgeschreven raakt maar plat blijft en eindigend.

Ik heb geen vriendinnen in Paramaribo om mee te praten. En met mijn zussen en broer heb ik nog nooit iets intiems besproken. Gelukkig leven ze nog, dus wie weet komt dat nog. Onze moeder naar wie ik toe leefde is onverwacht overleden, juist toen ik mij eindelijk vrij had gemaakt voor haar antwoorden op mijn levensvragen. En ook al kunnen wij, fysiek en in realtime, niet verdwijnen in een verleden tijd, ik heb iets kostbaars te delen met u, Hoogheid. En ik heb het gevoel, misschien is het een idee-fixe, dat u een tijd vertegenwoordigt die mij vertrouwd is. Iets als een wonderlijk vloerkleed waarover wij decennialang beiden hebben gelopen. Hebben stilgestaan. Nog zie ik u staan als Majesteit Beatrix, altijd glimlachend, met dichtbij uw knappe echtgenoot, in een opmerkelijk vertrek van uw woonhuis. Het paleis. Ik was een van de vele gasten. Ik schoof in een rij. Ik kreeg een handdruk van u en uw prinsgemaal zei zacht: Bent u van Suriname, mevrouw!? En ik had opgekeken, recht in uw ogen: niet eerder had ik zulke tropenblauwe ogen gezien. Indrukwekkend. Koningsblauw. Of verbeeld ik mij dat maar zoveel jaren verder?

De eerste keer dat ik u zag, zo dichtbij, was tijdens de onafhankelijkheidsproclamatie van mijn geboorteland, in Amsterdam. 1975. Na een jaar van Kamerdebatten. U was nog niet gekroond tot Majesteit, en ik was perschef, zoiets, van de gloednieuwe Surinaamse Ambassade te Den Haag. Mijn bijnaam: ‘Liefje van Eer’, kon ik verdragen en daar, op De Dam, staarde ik naar u en opeens keek u terug, recht in mijn blik, en toen nam u mij onbeschroomd op van top tot teen. Vond u mij voldoende ‘fraai’ voor een sculptuur, een schets of vroeg u zich af of ik het was: HET LIEFJE VAN EER. Minnares. Maitresse. Bijvrouw. Buitenmeid. Kon door de grond zakken daar, in mijn gebroken-wit-veredeld-katoenen-mantelpak, zwart-zijden-topje en beige-blokhak-gesloten-schoenen. Misschien een chique muts op. Het was eind november en guur en nooit had ik kousen aan maar mijn schedel had altijd meer warmte nodig dan de omgeving bood.

U vertegenwoordigt een tijd die mij vertrouwd is. Iets als een wonderlijk vloerkleed waarover wij decennialang beiden hebben gelopen. Hebben stilgestaan.

Ik kreeg het idee dat de Majesteit Koningin Juliana u in vertrouwen had genomen, als troonopvolger en haar dochter, wat het privéleven van haar Surinaamse ambassadeur betrof. Ik was onverbloemd&publiekelijk sedert mijn achttiende van hem. Hij had ook nog kinderen en een eega op zijn residentieadres in de hofstad. Ik had pijn gevoeld toen onze ogen botsten en u te lang keek naar me. En ik heb mij daarna afgemeld bij alle recepties en festiviteiten. De nogal ‘kleine, bruine man die altijd een glimlach toonde’, mijn geliefde diplomaat, vond het jammer, dat ik zo’n historische gebeurtenis niet ten volle in mijn schrijversbrein opnam. Toch liet hij mij per dienstauto uit Amsterdam rijden. Terwijl de vreugde losbarstte overal waar mijn landgenoten verzamelden, zat ik in mijn hoekappartement vanaf mijn schrijftafel te staren naar de ijle leegte waarin de reclamezuil van het IBM-hoofdkantoor oranjekleurig oplichtte. Het was november vijftig jaar geleden. Op 30 april 1980 werd u Koningin der Nederlanden. Ik had niet gekozen voor het Surinamerschap. Ik hield mijn koloniaal paspoort. U was ook mijn vorstin voortaan!

Ik ben echter geen fan die alles van mijn publiekslieveling op de voet volgt. Meestal pik ik op wat betrouwbare media brengt en wat mij dan bij toeval bereikt. Komt er een documentaire over u op televisie dan kijk ik werkelijk mijn ogen uit. En in de tussenjaren wist ik dat het ‘goed gaat’ met u want, zou dat niet het geval zijn, dan lag Nederland in kreukels. WIJ NEDERLANDERS HADDEN ONZE KONINGIN BEATRIX INNIG LIEF. Ik heb mij veilig gevoeld met u, ergens in Den Haag en op Soestdijk. Ik bewoog zelfs mee met de wederwaardigheden van uw gezin. De kroonprins had mijn aandacht omdat hij geboren is op mijn verjaardag. De laatste die ik in het huis van mijn moeder heb gevierd in Paramaribo. En ik kon op het beeldscherm van ons nieuwe televisietoestel Prins Claus en u zien glunderen toen Alexander aan de wereld werd getoond. Een huishouding met opgroeiende zonen en een man wiens gezondheid instabiel werd. Ik had het gevoel dat er iets onherroepelijks stond te gebeuren. En ik schoof meer naar uw bestaan toe met allerlei vragen over ‘hoe te bestaan in een land dat vreemd bleef en altijd te koud’. Misschien ook voor Prins Claus, uw Duitse tropenliefhebber! Ik verdween in mijn professionele bezigheden als publicist en mijn diplomaat was in 1982 afgezet en naar Suriname teruggeroepen om partijpolitieke redenen. Ik wou niet terug. HOE VERSTREKKEND IS EEN LIEFDESRELATIE. Houd je nog van me, vroeg hij. Mijn moeder vroeg zich af in wat voor een wereld ik leefde: DAAR IN HOLLAND, waar ik dagenlang niemand binnenlaat en ook dagenlang geen mens wens te spreken! Er is zoveel te doen, zei ik, ook voor Nederland. En, al het werk dat ik buiten de deur doe vergt een enorme voorbereiding binnenshuis. Bovendien ben ik ook maar een verlegen vrouw zonder man. Verjaardagsfeesten zijn niets voor mij. En ik dacht: heeft onze Majesteit het druk, druk en geniet ze van haar werk als koningin van zo’n volgepropt land? Op een dag kwam een Surinaamse collega die Koningin Beatrix had ontmoet mij de groeten van haar brengen! Ja, Hoogheid, de groeten van u en u vroeg zelfs hoe het gaat met mij! Kent u mij nog enigszins?

Ik had die nacht van hem gedroomd, voor het eerst, en hij was transparant als zacht lamplicht.

Op een morgen kwam het bericht dat Prins Claus ‘tot hoger leven was opgeroepen’. Het werd mij doorgebeld. Ik woonde al niet meer in Den Haag. Het verzoek. Of ik commentaar wou leveren bij de uitvaart, voor de Haagse radio. NEEN. Ik had die nacht van hem gedroomd, voor het eerst, en hij was transparant als zacht lamplicht. Begreep niet waar mijn brein het beeld vandaan had gehaald. Droevige gedachten. Onze Majesteit. Hoe verder, zonder haar gemaal. Hun kinderen. In doodse stilte keek ik naar de uitvaart. Ik dacht. De koningin, onze Majesteit, toont dat zelfs sterven niet het einde is van een liefdesrelatie. Zij liep vooraan. Een indrukwekkende articulatie van: IK HEB JE ZO LIEF MIJN CLAUS tot voorbij het graf. Wekenlang vroeg ik mij af of het met liefhebben is als met het verstandelijk vermogen: ieder mens krijgt er wat van maar niet evenveel! Niet iedereen is tot liefhebben in staat op een wijze die invoelbaar is voor anderen. Met woorden alleen kom ik er niet. Geschenken werken niet. Lichamelijk genot is onvoorspelbaar en beklijft niet. Ik heb een kaart van medeleven gestuurd naar het paleis. En steeds vroeg ik mij af HOE VERDER. En waarom is er voor alles een vastgestelde tijd? In die tijd was ik bezig alles kwijt te raken en ook al waren het materiële dingen die onbekenden weghaalden bij mij, het was onverdraaglijk. Hartstocht hecht zich ook aan materiaal. En terwijl ik mij afvroeg of er zoiets bestaat als ‘een hellend vlak’, een periode die een persoon ervaart als te zijn: ‘kwetsbaar’. Er valt iets dierbaars stuk. Een vriend wordt ongeneeslijk ziek. Ik glijd uit en kneus mijn arm.

Hartstocht hecht zich ook aan materiaal.

HEEFT U OOK UW KWETSBAARHEID LIJFELIJK ERVAREN, PRINSES BEATRIX. Want ik weet dan dat het verval harder gaat dan anders en dat alles reeds is gebeurd en dat ik beter kan afwachten. Ellendige confrontaties waren het, Hoogheid. Mijn compleet en zorgvuldig opgebouwde habitat verdween als los zand door mijn vingers. Het land dat mij houvast had geboden was onbewoonbaar geworden. MOEDER RIEP. SCHRIJF DE KONINGIN EEN BRIEF EN VERTEL HAAR WAT ZE DOEN MET JE. Maar ik dacht dat het de hoogste tijd was geworden om uw grondgebied te verlaten. Deed ik ook maar. Tot mij het bericht tenslotte bereikte dat een zoon van onze Majesteit is verongelukt op wintersport en dat hij maanden in coma ligt. En laat het zijn gebeurd op de verjaardag van iemand die ik echt niet in gedachten wil houden. Dagen heb ik niets anders gedaan dan naar uw verwanten en u zoeken op het internet. Een liefdesrelatie reikt dikwijls niet over het graf en kan worden afgesloten. MOEDERLIEFDE BLIJFT.

Misschien kan geen mens een sluitend antwoord geven op de vragen die ik aan u stel, Hoogheid, misschien is iemand, net als ik, tot de slotsom gekomen dat ik de verkeerde vragen stel. Ik zou kunnen vragen of er diepgang zit in ons bestaan. Maar als ik niet kan terugkeren naar een tijd die mij meer vertrouwd is dan de toekomst en de toekomst het event is dat ik zelf voortbreng en vernietig tegelijk, wat dan, Hoogheid, wat dan is HET LEVEN meer dan zandkastelen bouwen aan zee. Het is vijftig jaar geleden dat ik u voor het eerst in het echt zag. Ik ben dat ogenblik niet vergeten en ik vraag mij steeds af: HOE IS HET DE MAJESTEIT AL DIE VIJFTIG JAREN GEGAAN. LOPEN U EN IK NOG OP HET ZELFDE VLOERKLEED VAN DE TIJD. Ik weet het niet. Ik woon al jaren niet meer in Nederland. In Paramaribo verblijf ik. Onverwacht.

Ik heb het gevoel dat ik een soort van afscheid neem van u, door deze brief te willen schrijven. Kom nog maar zelden in Nederland. Ik wil u danken voor wat u en uw Prins Claus hebben betekend voor mij in al die lome, koele en productieve Hollandse jaren van mij. April 2025. HET LIEF VAN EER is beland bij waar het allemaal begonnen is met u. DE ONAFHANKELIJKHEID VAN SURINAME in 1975. Nooit meer heb ik zulke tropenblauwe ogen gezien in het gelaat van een Nederlander. Nooit meer heb ik mij zo gekend gevoeld door een Nederlandse vrouw. Mag ik de wens uitspreken dat ik hoop dat u een leven van geluk leidt met uw mooie familie, want niet veel personen hebben van het vermogen tot liefhebben zoveel meegekregen als u Beatrix, MIJN MAJESTEIT. Ik groet u!

Astrid H. Roemer, Paramaribo, april 2025