Wannes Gyselinck

Improviseren met zwaartekracht

Een dubbelgesprek met Anne Teresa De Keersmaeker en Salva Sanchis 
 
‘Het is elke avond anders, en toch is elke avond dezelfde.’ Met hun nieuwe productie A Love Supreme keren Salva Sanchis en Anne Teresa De Keersmaeker terug naar een oude liefde. In 2005 maakten – schreven, improviseerden – ze al een eerste versie van hun gedanste interpretatie van Coltranes meesterwerk ‘A Love Supreme’ (1964). Het basisprincipe is hetzelfde gebleven: vier dansers die elk een van de leden van het Coltranekwartet dansend dubbelt. Ook nu is het onmogelijk te zeggen waar de schrifturen van deze twee erg verschillende gelijkgestemden in elkaar overgaan, waar de choreografie stopt en de improvisatie verder gaat.
 

Genade

In een wereld waarin rechtvaardigheid betekent dat iedereen precies krijgt wat hij verdient, en verdient wat men hem waard acht volgens het onzichtbare handvest van de vrije markt, is genade gedoemd in ongenade te blijven vallen, ondraaglijk gewichtloos.

Tous les mêmes, toutes les mêmes: Anne Teresa De Keersmaeker over haar Così fan tutte

De Opera van Parijs vroeg choreografe Anne Teresa De Keersmaeker om Mozarts opera Così fan tutte (1790) te regisseren. Vrij vertaald: Het is altijd hetzelfde met de vrouwen.’ Misogyn volgens de een, protofeministisch volgens de ander. Hoe regisseer je – als vrouw – een achttiende-eeuwse opera waaruit volgens sommigen een belabberd vrouwbeeld spreekt? Wat betekent het überhaupt om als vrouw kunst te maken?

 

Wat moet een mens geloven? Postsecularisme voor beginners

Zo geloofde men dat het zou gaan: het geloof zou verdwijnen, de secularisering van de samenleving zou zich onherroepelijk doorzetten. Dat moest wel: de verlichting bevrijdde de mensheid uit de kerkelijke ketenen, Nietzsche verklaarde God dood, wetenschap legde de wereld uit, kunst werd heilig verklaard. Maar zo ging het niet. Net na 9/11 verklaarde Jürgen Habermas onze tijd ‘postseculier’. We geloven dus weer in geloven, klinkt het. Een aftocht naar denkbeelden van voor de verlichting of de volgende stap in een intercultureel denkend humanisme?

 

De schuld van de overlever: Kendrick Lamars Grammy 2016 Performance

‘I’m the biggest hypocrite of 2015.’ De eerste verbale granaat die Kendrick Lamar het publiek ingooit tijdens zijn memorabele Grammy-performance in februari 2016 laat hij in zijn eigen gezicht ontploffen. Slaat de zelfbeschuldiging op zijn deelname – in gevangenisplunje, handen en voeten geketend – aan het jaarlijkse glittergala van de muziekindustrie? Of snijdt de hypocrisie dieper?

Het dreigt een mooie dag te worden

Uit de hedendaagse landschapsfotografie spreekt een bijna reflexmatige hang naar het unheimliche. Variaties op blinde muren, afstandelijke landschappen onder neutraal-witte wolkenhemels, of (pre- en post)apocalyptische doembeelden. Leidt de hedendaagse kunstfotografie aan ‘schoonheidsvrees’? Vanwaar die angst voor romantische meeslependheid? Zijn we er wel zo zeker van dat de romantiek ons niets meer te bieden heeft na haar besmetting door het fascisme?

 

Gaat het hoge omlaag, of het lage omhoog?

‘Veel populaire cultuur is vormelijk steeds straffer geworden, maar haar morele inhoud lijkt weg te deemsteren.’ Als publicist en NRC-columnist vormt Bas Heijne zo’n beetje het politieke geweten van Nederland, maar hij koestert ook brede culturele interesses. Vooral het verband tussen die beide bekommernissen blijft een boeiend vraagstuk. Wat is de link tussen ‘populair’ en ‘populistisch’? En welke rol spelen de media?

 

De volkse vlucht achteruit

Onder onze hang naar het populaire schuilt een diep nostalgisch verlangen: terug te kunnen keren naar het verloren paradijs. Sinds we uit dat land van melk en honing zijn verdreven – aldus een van onze meest hardnekkige mythes – zijn we ballingen in een vervreemde werkelijkheid. Kunnen we terug naar dat paradijs, onaangetast door de moderniteit? Precies dat belooft ‘het populaire’, als een shortcut: de helende aanwezigheid van het verleden in het heden. Maar is onze nostalgie naar het volkse de remedie of de ziekte zelf?

 

Klassieke muziek zkt minder klassiek publiek

‘Iedereen klassiek!’ Het laat zich makkelijker scanderen dan in de praktijk brengen. Klassieke muziek krijgt vaak het verwijt de kunst van een elite te zijn. Of moeten we juist spreken van een bedreigde minderheid? Hoe dan ook wordt tegenwoordig geld noch moeite gespaard om deze hoge kunst aan de gewone man te brengen. Waar ligt de grens tussen noodzakelijke transformatie en platte zelfontkenning? Wat is de kunst van populariseren? Een gesprek met vier professionele ambassadeurs van klassieke muziek.

 

Roger Scruton: diepzeeduiker op een surfplank

Zoek de fouten in volgende zin: ‘Rekto:verso praat met de conservatieve intellectueel Roger Scruton in de Google Headquarters op de derde verdieping van een modernistische glazen building (niet Bildung)in hartje Brussel.’ Indeed, een heel fout gesprek is het geworden. Slechts één ding wilden we van Scruton weten, naar de titel van zijn jongste boek: ‘how to be a conservative?’

 

Pogingen tot gesprek. Waarom Louis Paul Boon en David Foster Wallace doelbewust tekortschieten

Elke schrijver wil een meesterwerk schrijven. Zelden slaagt hij daar ook daadwerkelijk in, mislukking is de regel. Ook in kunst geldt nu eenmaal de economische wet van de schaarste. Tegelijk bestaat ook het omgekeerde geval: meesterwerken die zichzelf presenteren als literaire fiasco’s. En juist daardoor meesterwerken zijn. Boeken die kracht putten uit hun zwaktebod. Louis Paul Boon schreef De Kapellekensbaan (1953), David Foster Wallace ‘Octet’ (Brief Interviews with Hideous Men, 1999). Meesterwerken die meesterwerken zijn precies doordat ze hun eigen mislukking boekstaven.

 

Hou er toch mee op, man!

Kunstenaar ben je voor het leven, heet het. Je ademt kunst, staat ermee op en gaat eraan dood. Stoppen als kunstenaar is een heilig huisje. Vier ex-fans schrijven vier artiesten een aanbeveling om het toch te doen. Wie mag er zo zoetjesaan met pensioen?

De kracht van bewaring

Hoe kritisch zijn voor het bestaande? Voor Luc Devoldere is kritiek geen sloopwerk, wel een blijvend gesprek met de traditie. In zijn jongste essaybundel Tegen de kruideniers schrijft hij pro domo. Letterlijk: ‘voor zijn huis’. Hij bewoont er vele: taal, traditie, identiteit, canon. Zijn grootste huis is misschien wel Europa. Onze intellectuele erfenis moet worden verdedigd tegen het nieuwe Europa van de rekenende kruideniers. Maar daar spant het. De kracht van Europa ligt, volgens Devoldere, in schijnbaar krachteloze waarden: scepsis (al mag die niet verlammen), ironie (maar niet vrijblijvend) en melancholie (maar weerbaar). Kan je daar ook activisme uit puren? Een interview over de kracht van bewaring.

 

Fabre blijft Fabre, zelfs met ezelsoren

Nog even staat in het Koninklijk Museum van Schone Kunsten in Brussel de installatie Hoofdstukken I–XVIII van Jan Fabre te kijk. Een black-box met een erehaag van achttien bustes. Links was, rechts brons. Twee maal achttien keer Fabre zelf, telkens met dierlijke uitwassen. Fabre met horens, Fabre met een gewei, Fabre met ezelsoren, Fabre met slagtanden. ‘Ironie’, heet het. Excuseer?