Twee lessen over cultuur en industrie

De snelle groei van de graphic novel in het aanbod van de betere boekhandel en in het onderwijs is een van de belangrijkste trends in het hedendaagse literaire veld. In het kielzog van de nieuwe mainstream (met namen als Spiegelman, Satrapi, David B., Clowes en Ware) komt er ook ruimte en aandacht voor andere producties. Twee nieuwe publicaties, de reeks Graphic Classic en het avant-gardeproject Aambacht, geven elk een andere kijk op de spanning tussen cultuur en industrie in de stripproductie.

De Graphic Classic-reeks van EPO is een remake van het principe dat in de jaren 1940 door een welmenende zakenman werd losgelaten op het Amerikaanse publiek. Het idee van Classics Illustrated (initieel Classic Comics) was heel eenvoudig: jeugdige lezers meesterwerken uit de literatuur aanbieden in visuele Reader’s Digest-vorm, in de hoop hen aan te zetten tot het lezen van echte boeken. Tussen 1941 en 1971 verschenen niet minder dan 169 titels, waarvan geen enkele een blijvende indruk achterliet. Het idee werd later heropgevist en sinds enige tijd beweegt er opnieuw veel in die sector. Maar de tijden veranderen. Het verstrippen van literatuur is niet langer een glijmiddel naar het echte lezen, maar een ersatz, omdat the real thing utopisch ver weg lijkt. De nieuwe verstrippingen pretenderen niet langer ten dienste te staan van de Grote Meesterwerken. Wat overblijft is de boodschap (wat kunnen we leren van de oude boeken?), en die boodschap is altijd stichtend (we leren iets over de geschiedenis van de kleine man in de Geschiedenis van de Grote Mannen).

Graphic Classic opent met Oorlog en Vrede en Karl Marx. Het Kapitaal deel 1. Een tiental andere volumes zijn gepland. Het resultaat overtreft de stoutste verwachtingen van wie op zoek is naar een concrete toepassing van de algemene principes van de cultuurindustrie, zoals die beschreven werden door Adorno en Horkheimer tijdens hun Amerikaanse jaren. Een complex cultureel product wordt met behulp van anonieme cultuurarbeiders gereduceerd tot een kinderlijk eenvoudig niemendalletje, dat goed inspeelt op de primaire emotionele behoeften van de gemiddelde dertienjarige en dat via uitgekiende marketingmechanismen zo massaal mogelijk wordt verspreid en verkocht.

In Karl Marx. Het Kapitaal deel 1 worden de basisprincipes van het kapitalisme uitgelegd aan de hand van een verhaaltje over Robin, die met zijn vader een kaasbedrijfje heeft (een bedrijf is goed als er een diminutiefsuffix aan hangt; slecht als het dat dingetje verliest). Of de jonge lezer (of de dertienjarige volwassene) daar iets van meedraagt, is nog de vraag. Het betoog was helderder geweest als men in plaats van kaas het product Graphic Classic had genomen. Daar neemt men een klassieker die iedereen kent, maar die niemand wil lezen, men reduceert die tot een pitch die men kan inkleden als blurb (de gemiddelde attention span van het doelpubliek), en zet die om in een nieuw format waarmee men het doelpubliek kan verleiden (iets met beelden, omdat strips in de mode zijn, en het liefst strips die de jeugd gretig consumeert: manga’s). Men voegt een love interest toe, zoekt een variant die men niet zelf hoeft te produceren, maar gewoon kan doorverkopen (vertaal een manga uit Japan en klaar is Kees), en met wat hoofdletters en holle slogans (de Kleine Man, de Grote Winst) laat men het eindproduct los op de markt. Kortom, EPO geeft daar een mooie leçon de choses van culturele ondernemingszin, die op elke business school leuk studiemateriaal kan opleveren.

Het is wat demagogisch om tegenover het commerciële geweld en de esthetische lelijkheid van Graphic Classic, bloedloos en grafisch grotesk oninteressant, een do-it-yourself-project van experimenteel georiënteerde kunstenaars te plaatsen, maar toch ... Aambacht is een samenwerkingsverband van jonge (en minder jonge) artiesten uit diverse Vlaamse kunstopleidingen. In de marge van geïnstitutionaliseerde genres als graphic novel of illustratie tasten ze nieuwe vormen van woord-en-beeldrelaties af, telkens vanuit een grote betrokkenheid ten aanzien van het medium grafiek. De naam van de uitgeverij die het werk van de groep bundelt, Imprimitiv, is naar goede avant-gardetraditie een manifest op zich. Imprimitiv staat voor het belang van het tactiele van het drukwerk en voor de afwijzing van institutionele verstarring. De groep, geleid door Jan Op De Beeck, Sébastien Conard en Tom Lambeens, sluit aan op de meer radicale tendensen in de moderne grafiek, zoals abstract comics, tekstloze fotovertellingen en niet-figuratief design.

Aambacht is een staalkaart van waarvoor de groep staat, en vooral van waar ze naartoe wil. Diversiteit en duiding zijn van groot belang. De groep wil niet naar buiten komen met een bepaalde stijlopvatting of een uniforme blik op de articulatie van woord en beeld. De acht korte bijdragen in de eerste verzameling (meer een bloemlezing van work in progress dan een tijdschriftnummer) zijn verschillend qua toon, genre, medium en inhoud. Opvallend is dat in deze publicatie creatie en reflectie op een vernieuwende manier in elkaar overvloeien (een gelukkig neveneffect van de dwang tot academisering van het kunstonderwijs). Experimenteel werk is niet altijd eenvoudig te duiden en begeleidend commentaar kan snel didactisch of pedant overkomen. Daarom koos Aambacht voor een formule die ik indirect zou willen noemen. De kritische bijdragen – in de eerste plaats een essay van Tom Lambeens over de Rune Grammofon-platenhoezen van Kim HiorthÇ¿y – kunnen immers ook gelezen worden als toelichting bij de louter visuele creaties, of minstens als een uitnodiging daartoe. De fotomontages van Elisabeth Tonnard, de comics van Laurent Kling en Rosaire Appel of de abstracte sequenties van François Van Damme en Peter Hulsmans zijn dan op hun beurt voorbeelden van nieuwe pistes voor het werken rond hoesdesign. Boeiend is ook de plaats die het Aambacht-huis, met zijn vele kamers, inruimt voor literaire creatie. Zo is de vertaalde bijdrage van Ilan Manouach (tekst) en Pedro Moura (tekeningen), Variaties op de Engel van de geschiedenis van Walter Benjamin, een mooie synthese van wat in Aambacht aan de orde komt.

In tegenstelling tot Graphic Classic is er voor Aambacht nog geen publiek. Zoals alle avant-garde projecten is deze bundeling van visueel kunstenaars en schrijvers niet op zoek naar een bestaand publiek: de betrokkenen willen hun eigen publiek uitvinden. Daarbij wordt – en dit is opvallend – niet gemikt op een bepaalde niche. Het cement van het hele project is het gebruik van een welbepaalde drager: het drukwerk. Metaforisch gesproken, is dat een keuze voor vinyl in de tijd van de mp3-speler. We weten sinds Rosalind Krauss’ studie van Broodthaers[1] hoe progressief het ogenschijnlijk anachronistische teruggrijpen op de materialiteit van oude media kan zijn, en hoe vasthouden aan mediumspecificiteit bevrijdend kan werken. Aambacht is zo’n demarche, die engelachtig vooruit rent, maar ook niet aarzelt om achterom te kijken.

Graphic Classic-reeks (EPO, 2010), 15 euro per deel

Aambacht (Imprimitiv, 2010), 15 euro

Jan Baetens is als gewoon hoogleraar verbonden aan het departement Literatuurwetenschap en het Instituut voor Culturele Studies van KULeuven.



[1] ‘A Voyage on the North Sea’. Art in the Age of the Post-Medium Condition (London, Thames and Hudson, 1997).

^ Terug naar boven
 

Reacties

Post new comment

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • No HTML tags allowed
  • Lines and paragraphs break automatically.

More information about formatting options

Als maatregel om geautomatiseerde spamrobotten tegen te gaan, vragen wij u het huidige jaar in te vullen. Op die manier kunnen we uw bericht onderscheiden van spam.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.