Positief fatalisme

Elk op hun manier zijn Kinshasa en Gaza erg complexe en moeilijke leefomgevingen, die individuen zo beperken dat het leven er op het eerste gezicht volslagen uitzichtloos lijkt. Net daar heb ik ‘positieve fatalisten’ leren kennen. Ze berusten in hun lot, maar vinden onder meer in muziek spelen een manier om toch controle te krijgen over hun leven.

‘Het is gemakkelijker om aan de kant te staan van de veranderaar, dan aan de kant van degene wiens situatie verandert.’ (Prof. Henri van Praag, 1916-1988)

In Kinshasa leeft de meerderheid van de bevolking, miljoenen mensen, met minder dan twee dollar per dag, terwijl het leven er best duur is. Extreme armoede is dus het lot van velen. Zij functioneren in een overlevingsmodus. Ziekte, honger en dood zijn alom, en veel verbetering is er niet in zicht. Integendeel, voor miljoenen mensen in Kinshasa lijkt de levensstandaard eerder te verergeren. Bovenop die zorg om te overleven moeten ze zich hoeden voor politici, politie en leger, die mensen kunnen lastig vallen en bestelen, of erger…

74_pairon_kinshasa-kids.jpgMensen in Kinshasa moeten erg wanhopig zijn, heb ik ter plekke vaak gedacht. Voor een Europese middenklasser ziet hun situatie er hopeloos uit: hoe kan men hier überhaupt zinvol leven? Ik verbleef lange tijd in Kinshasa voor mijn doctoraatsonderzoek naar de invloed van gestructureerde muzikale praktijk en onderwijs op het leven van jonge mensen in moeilijke leefomstandigheden. Ik raakte er geboeid door jonge musici uit gecompliceerde sociale milieus: jonge volwassen mannen die lid waren van gewelddadige bendes, en jonge volwassen mannen en vrouwen die de straten van Kinshasa overleefden als zogenaamde ‘heksen’-kinderen, verdacht van hekserij en daarom verstoten door hun eigen familie.

Het blijft indrukwekkend: hoe zijn deze jongeren en jongvolwassenen erin geslaagd om al die jaren te blijven studeren en muziek te maken, terwijl hun leven bepaald bleef door miserie, armoede en onveiligheid? Ze verdienen er weinig of geen geld mee, en verbeteren hun financiële situatie dus niet of nauwelijks. Waar blijven ze dan de energie en motivatie halen om muziek te maken en te leren? Op een plek als Kinshasa moet dat dus echt iets heel bijzonders betekenen. Hoe kan zoiets als muziek licht in de duisternis bieden?

Hoop doet leven

Dat ligt niet alleen aan het muziek spelen zelf. Ooit zag ik in Kinshasa vanuit het raam van een taxibusje de tekst ‘l'espoir fait vivre’ geschreven staan. Hij stond geschilderd op één van de 'esprits de mort' – de volksnaam voor de taxibusjes in Kinshasa, die zich in zo’n slechte staat bevinden dat ze vaak de oorzaak zijn van (zelfs dodelijke) ongevallen. ‘Hoop doet leven’: Congolezen hebben veel humor. Ter compensatie van de puinhoop waarin ze zich bevinden? 

Op een bepaalde manier zijn de extreme armoede en de moeilijke levensomstandigheden die eruit voortvloeien, voor vele Congolezen 'normaal'.

Mijn jonge Congolese vrienden in Kinshasa hebben een andere kijk op de uitzichtloze werkelijkheid die ik zie. Of toch tot op zekere hoogte. Tijdens mijn driejarig onderzoek heb ik ondervonden hoe men in de Congolese hoofdstad een nieuwe betekenis toekent aan het begrip 'normaliteit'. Op een bepaalde manier zijn de extreme armoede en de moeilijke levensomstandigheden die eruit voortvloeien, voor vele Congolezen 'normaal'. Het is hun 'normale’ staat. Ook in Gaza heb ik, door mijn betrokkenheid bij Music Fund en Glazza, al ervaren dat 'normaliteit' neerkomt op: er gewoon zijn en proberen er het beste van te maken, elke dag opnieuw. Hoe moeilijk dat ook voor te stellen valt, toch vormt de ellende van Kinshasa voor de inwoners een onvervreemdbaar aspect van de 'normaliteit'.

Zo zijn vele Congolezen ongelooflijk fatalistisch en gelaten over de situatie waarin ze leven. In gelijkaardige overlevingscontexten zouden velen onder ons wellicht even sterk berusten in hun lot. Het is een universeel verdedigingsmechanisme: de situaties waarin we leven zo goed mogelijk accepteren, om dan – met de creativiteit en energie die ons rest – onze omstandigheden te proberen verbeteren, of ze tenminste meer aanvaardbaar te maken.

Schrijvers als Imre Kertész en Viktor Frankl hebben dat op een extreme manier meegemaakt. Ze beschrijven hoe het lot minder kansen krijgt om ons leven te bepalen, als we het kunnen omarmen. Zij die daartoe in staat zijn, zien zelfs licht in de duisternis van verschrikkelijke situaties, zoals de dodenkampen van de nazi's. De Oostenrijkse psychiater Viktor Frankl, die de Holocaust overleefde, schreef over de zoektocht van mensen naar zingeving: ‘Any attempt to restore a man’s inner strength in the camp had first to succeed in showing him some future goal. Nietzsche’s words: “He who has a ‘why’ to live for can bear with almost any ‘how’.”’ (Viktor Frankl, Man’s Search for Meaning, 1946, p.76)

74_pairon_musique_32_kinderfanfare.jpg

 

De vrijheid van muziek

Wat de jonge muzikanten in mijn onderzoek in Kinshasa drijft om muziek te willen blijven maken, is een zoektocht om hun leven terug te vorderen – zo zeggen ze mij. Het is een poging om in een situatie van extreme armoede en ellende toch controle te proberen krijgen over hun bestaan. Veel jonge mensen zoeken die controle echter op eenvoudigere en snellere manieren, waaronder de ‘fast lane’ van gewelddadige bendes en drugsbendes. Helaas leidt die weg voor veel van deze jongeren tot een vicieuze cirkel, soms met de dood tot gevolg. De extreme armoede zorgt er ook voor dat veel jeugd – en zelfs bijzonder jonge kinderen – hun families verlaten en trachten te overleven in de straten van Kinshasa, omdat gezinnen uit elkaar vallen of simpelweg niet meer in staat zijn om al hun kinderen te voeden en te kleden.

Als mensen in overlevingssituaties toch kunst blijven maken, dan heeft dat zeker ook met de flow te maken. Al musicerend creëer je een andere en mooiere wereld, waarin je zelf aan het stuur zit.

Kan een activiteit als het maken van muziek een 'stepping stone' zijn voor jonge mensen, als een ‚Äč‚Äčalternatieve weg om controle te krijgen over een chaotische, ellendige en extreem armoedige situatie? Daar bestaat veel romantisch ‘discours’ over, maar erg weinig ernstig onderzoek. Wat ik als onderzoeker wilde proberen begrijpen, is juist de verhouding tussen de schijnbaar hopeloze situatie van Kinshasa en het plezier en de hoop die door het maken van muziek ontstaan. Het is een fenomeen dat we de afgelopen jaren samen met de jonge deelnemers aan ons onderzoek vele malen hebben ervaren, bestudeerd en ontrafeld.

In mijn onderzoek in Kinshasa kwam ik dikwijls uit op volgende vaststellingen: (1) Bij muziek maken is meesterschap heel belangrijk, de beheersing van een instrument of van een repertoire. Het geeft mensen het gevoel dat ze het stuur zelf in handen hebben, dat ze controle uitoefenen. Meesterschap maakt mensen trots, zelfbewust en moedig. En dat heeft dan weer positieve effecten op andere dingen in het leven. (2) Maar meesterschap alleen volstaat niet. Wie via muziek ontwikkelingskansen wil bieden, moet er aandacht voor hebben dat de jongeren of volwassenen het gevoel krijgen dat wat opgebouwd wordt, van hen is. Zij moeten mee kunnen bepalen wat er gespeeld wordt en wie verantwoordelijkheid draagt. Dat is ownership. (3) En dan is er nog dat ene bijna onvatbare element: de flow, wat ik hier gemakshalve even het plezier noem.

De voormalige gangsters die ik in Kinshasa volgde, spelen traditionele Congolese percussiemuziek. Ze bleven tijdens het onderzoek klagen dat ze er nauwelijks iets mee verdienden, omdat er neergekeken wordt op traditionele muziek. Ik vroeg hen waarom ze het dan toch blijven doen. Het bleek erg veel te maken hebben met de flow, een staat van zijn waarin je je goed voelt, waarin de notie van tijd wegvalt. Artiesten kennen dat gevoel goed. Als mensen in overlevingssituaties toch kunst blijven maken, dan heeft dat zeker ook met die flow te maken. Al musicerend creëer je een andere en mooiere wereld, waarin je zelf aan het stuur zit en met anderen samen een creatief object realiseert.

74_pairon_drummers van de groep Beta Mbonda in Kinshasa (c) Music Fund.jpg

 

Een ander rijk

Het is geen vluchtgedrag. ‘Al heb ik niet gegeten of gedronken, tijdens het spelen van muziek zal ik dat toch allemaal vergeten’, aldus een van de voormalige gangsters van een 'kuluna' gang. ‘Ben ik bezig met mijn instrument en met andere muzikanten, dan telt de rest niet meer. Ook geld niet. Ik kan zonder probleem voor geen geld spelen, dat maakt niets uit. Vóór alles komt het plezier van muziek maken. Als ik dat niet had, had ik mijn dagelijkse strijd in dit leven misschien al lang opgegeven. Zelfs wanneer ik het erg moeilijk heb en helemaal blut ben, duik ik erin. Ik ervaar dat als een onderdompeling in de muziek, en voel me één met haar.’

Jonge mannen en vrouwen vertellen ons dat muziek spelen iets waardevols in hun leven brengt: geen extra financiële middelen, wel een bepaalde vrijheid. 

De chaos, ellende en bittere armoede van Kinshasa zullen zeker niet verdwijnen door het maken van muziek, maar deze jonge mannen en vrouwen vertellen ons dat muziek spelen iets waardevols in hun leven brengt: geen extra financiële middelen (hoogstens een erg kleine winst), wel een bepaalde vrijheid. Ze tonen zich vastberaden in hun poging om niet ‘onteigend’ te worden door de grenzen die armoede (Kinshasa) – of conflicten (Gaza) – hen opleggen. Binnen een fysieke ‘bondage’ willen ze hun dierbare geestelijke vrijheid bewaken en bewaren. Ze hebben besloten om hun leven te leven op een niveau dat dieper gaat dan louter ‘overleven’. En de kracht en de energie die daarvoor nodig is, halen ze precies uit die levensfilosofie om zich minstens gedeeltelijk neer te leggen bij het lot en de begrenzing van hun mogelijkheden. Laten we dit een vorm van ‘positief fatalisme’ noemen.

Stéphane Hessel schreef in zijn Geloven in het onwaarschijnlijke (p.104) dat de kunsten ‘het bewijs zijn dat er een rijk is waar wij tot ontplooiing kunnen komen en waar we niet meer overgeleverd zijn aan de willekeur van de krachten waartegen we strijden, waarmee we vechten. Het is een ander rijk. Dat van de kunst, van de verbeelding. Of anders gezegd: van iets wat geen betrekking heeft op een concrete materiële werkelijkheid, maar haar overstijgt en ons in een positie brengt waarin we kunnen dromen.’

 

Lukas Pairon is oprichter van Music Fund, mede-oprichter van Ictus en van Glazza, en werkt momenteel een doctoraat af voor UGent/HoGent, met als titel ‘They Say Music Saved Them’. Vanaf 2017-2018 start hij aan de UGent en HoGent het internationale onderzoekplatform SIMM (Social Impact of Music Making).

 

^ Terug naar boven
 

Reacties

Post new comment

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • No HTML tags allowed
  • Lines and paragraphs break automatically.

More information about formatting options

Als maatregel om geautomatiseerde spamrobotten tegen te gaan, vragen wij u het huidige jaar in te vullen. Op die manier kunnen we uw bericht onderscheiden van spam.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.