Pleidooi voor loftsocialisme

Dagelijks pendel ik over en weer tussen de hoogopgeleide omgeving waarin ik werk en de laagopgeleide omgeving waarin ik woon en waarin ik op sociaal en politiek vlak erg actief ben. Checkpoint Charlie tussen beide werelden bevindt zich in mijn partij, de SP.a. Die telt immers nog steeds zeer veel laaggeschoolde leden, maar wordt bijna exclusief geleid door hooggeschoolden. Nochtans is een diploma een nodige, maar zeker geen voldoende voorwaarde om Checkpoint Charlie te passeren en in de hogere regionen van de partij te vertoeven.

Ik beschik over een licentiaatsdiploma in de scheikunde en nog zo wat van die adelbrieven, verworven in een tijd dat de democratisering van het universitair onderwijs zich op een hoogtepunt bevond. Naast dat diploma verwierf ik vierendertig procent van de stemmen tijdens de jongste voorzittersverkiezingen in mijn partij. In mijn afdeling Antwerpen (tegenwoordig erg trendy de 'Stadspartij' genoemd) liep dat percentage op tot bijna zestig procent. Toch bracht me dat niet eens in het afdelingsbestuur. Vind ik dat nu erg? Voor mezelf niet: het bespaart me een pak vergaderingen. Maar ik vind het erg voor mijn partij: op een overtuigende manier bewijzen dat je representatief bent, volstaat blijkbaar niet om de deuren te openen. Een diploma verandert daar niets aan. Wat er ter hoogte van Checkpoint Charlie vooral van je verwacht wordt, is dat je je conformeert aan de heersende gedachten. Op die manier wordt 'meer arbeiders' of meer laaggeschoolden in het parlement een holle kreet. Wat die laaggeschoolden of arbeiders namelijk vooral willen, is dat hun stem weerklinkt in dat parlement. En of die stem nu vertolkt wordt door een laag- of een hooggeschoolde speelt voor hen in wezen weinig rol. Hoogopgeleiden minachten misschien laagopgeleiden, maar omgekeerd is dat veel minder het geval.

Foto: Jimmy Kets
EEN OVERSCHATTE KLOOF?

Onlangs was er op de Nederlandse televisie een interview met oud-minister Marcel Van Dam, een veteraan van de PvdA in Nederland die nu militeert voor de SP. De man maakte een analyse van zijn vroegere partij. De PvdA blijft volhouden dat ze haar ideeën 'niet uitgelegd' krijgt. Met andere woorden: het volk is te dom om het nieuwe socialisme te begrijpen. Van Dam moest daar mee lachen. Hij stelde vast dat de gewone man al lang weet wat de problemen van het socialisme zijn: coalities vormen en jarenlang regeren met liberalen, dus opschuiven naar het centrum, om niet te zeggen naar rechts. Volgens Van Dam moeten de mensen kunnen vertrouwen op socialistische leiders. Ze moeten de overtuiging hebben dat die onvoorwaardelijk aan hun kant staan. Beroepspolitici, regenten met een bestuurdersmandaat bij de overheid die het beleid komen uitleggen, wekken dat vertrouwen niet.

Het probleem situeert zich dus vooral bij de hooggeschoolden. Academische kringen werden grotendeels gezuiverd van dissidente stemmen. Wie zich niet conformeert, geraakt nergens. Niet aan de universiteiten, niet in de politiek en niet in het bedrijfsleven. Bruno Valkeniers, natiebaas en voorzitter van het Vlaams Belang, liet in De Standaard van 13 september optekenen dat hij altijd is uitgekomen voor zijn overtuiging: 'in het bedrijfsleven kan dat.' Hoe onnozel kan je zijn? Valkeniers bewijst daarmee enkel dat zijn Vlaams Belang helemaal niet de underdog is waar het zo graag voor doorgaat, en dat extreemrechtse ideeën in het bedrijfsleven bon ton zijn. Extreemrechts rekruteert niet alleen bij het gepeupel. En bovendien is populisme niet het monopolie van extreemrechts. 'Mainstream' Vlaamse partijen laven zich evengoed aan het populisme van de groooote staatshervorming, de belastingverlagingen en de angst voor de vergrijzing.

De 'nieuwe breuklijn' tussen laag- en hooggeschoolden of tussen populistische en verstandige politiek is dus sterk overroepen. Ik ken dozijnen 'laaggeschoolde' vakbondsafgevaardigden die veel beter weten hoe de vork aan de steel zit dan die talloze 'hooggeschoolden' in mijn naaste omgeving. Rudi Kennes, de hoofdafgevaardigde van het ABVV bij Opel bijvoorbeeld. Of ex-havenarbeider en Antwerps SP.a gemeenteraadslid Frank Hosteaux, wiens gezond verstand bij momenten veel meer lucide is dan dat van de verzamelde diploma's van zijn fractie. Of mijn broer, arbeider bij Crown Cork. Omgekeerd ken ik architecten, professoren, dokters en communicatiespecialisten die zij aan zij met het klootjesvolk de strijd aanbinden tegen een door het bedrijfsleven en hun regenten opgedrongen megaproject, de Oosterweelverbinding: Manu Claeys, Peter Verhaeghe, Wim Van Hees, Dirk Van DuppenÂ…

OVER WAT DOM IS, EN WAT NODIG

De wereld is in crisis. Bovenop de economische crisis enten zich een milieucrisis en een existentiële crisis. We hebben onze hooggeschoolden, onze filosofen, ingenieurs en kunstenaars dus dringend nodig. Maar die hooggeschoolden zullen moeten bijscholen. Om te beginnen zullen ze moeten leren luisteren alvorens het te komen uitleggen. Ze zullen ook moeten bijscholen in de moed en het uithoudingsvermogen die nodig zijn om de marathon tegen het eenheidsdenken te winnen. En ze zullen hun werkelijke plaats in de samenleving moeten leren begrijpen. De zogenaamde nieuwe breuklijnen helpen ons daarbij niet vooruit. Een diploma is letterlijk en figuurlijk papieren macht. De echte tegenstellingen zijn nog altijd die tussen de bezitters van de productiemiddelen (de economische macht waar in de aandeelhoudersvergaderingen hooguit cijnskiesrecht heerst) en de anderen. Met andere woorden de klassieke links-rechts­tegenstellingen. Een informaticus die denkt dat hij macht bezit omdat hij vijfduizend euro netto per maand verdient, is dom. Hij is niet méér dan een goedbetaalde arbeider.

Als David Van Reybrouck met zijn pleidooi voor populisme een eerlijk, authentiek en volks socialisme bedoelt, dan volg ik hem daarin volledig. Een dergelijk socialisme zal ook hooggeschoolden aantrekken. Of dit authentiek socialisme de vorm moet aannemen van een nieuwe partij laat ik in het midden. Veel zal afhangen van de mate waarin de SP.a lessen trekt uit haar electorale neergang. Maar even belangrijk vind ik een nieuwe revolte van de intellectuelen en de kunstenaars. Hooggeschoolden die de moed hebben om weer een groot verhaal neer te zetten en bereid zijn daarop afgerekend te worden. Die bereid zijn te vechten tegen de machtselites in plaats van hun geweten te sussen door het verleggen van een steentje in de rivier. Linkse intellectuelen die het socialisme ondergeschikt hebben gemaakt aan de vrije markt en de marketing hebben we nu wel genoeg gehad. De lofts hebben zich meester gemaakt van het socialisme en hebben het voor een stuk uitgehold. Ik pleit voor de omgekeerde beweging: het socialisme moet zich meester maken van de lofts en de beste en moedigste denkers aanzetten tot revolte. Misschien is David Van Reybrouck er wel één van.

Erik De Bruyn is lid van de SP.a en woordvoerder van SP.a. Rood. In de jongste voorzittersverkiezingen binnen de SP.a was hij tegenkandidaat van huidig voorzitster Caroline Gennez.

^ Terug naar boven
 

Reacties

Post new comment

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • No HTML tags allowed
  • Lines and paragraphs break automatically.

More information about formatting options

Als maatregel om geautomatiseerde spamrobotten tegen te gaan, vragen wij u het huidige jaar in te vullen. Op die manier kunnen we uw bericht onderscheiden van spam.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.