Midden in Venetiƫ. Binnen en buiten de grenzen van de Biennale

Hoewel in het kielzog van la Biennale di Venezia intussen al meer dan zestig vergelijkbare megatentoonstellingen zijn verrezen, heeft deze 116-jarige ‘moeder aller biënnales’ nog niets van haar populariteit en prestige verloren. Tijdens de drie exclusieve openingsdagen kent Venetië de grootste fysieke concentratie van art professionals ter wereld. Daardoor werpt niet alleen de tentoonstelling zelf, maar ook het hele gebeuren daarrond een bijzonder licht op de hedendaagse kunstwereld.

DE PARADOX VAN BIENNALEKUNST

Venice_GiardiniHoe ziet die er dan uit, die ‘professionele kunstwereld’ zoals ze begin juni in Venetië convergeert? Het is opmerkelijk hoezeer het beeld gekleurd wordt door dingen die met kunst an sich weinig te maken hebben. Maar wellicht zegt juist dat weer veel over de eigenlijke plaats van kunst in de internationale kunstwereld. Of biedt het alvast een blik op de structuur waarbinnen ze opereert. Naast kunstenaars maken museumdirecteurs en galeriehouders, critici en curatoren hun opwachting; maar ook economische en politieke toplui, celebrities uit de mode- en muziekindustrie en miljardairs uit alle windstreken. Hun rol in de kunstwereld is niet minder bepalend. Een deel van die kunstwereld arriveert met goedkope Ryanair-vluchten, terwijl een ander deel op whet eiland neerstrijkt in privéjets. Via felbegeerde uitnodigingen en mondelinge tips – die de doorsnee Venetiaan vreemd genoeg blijkbaar niet ter ore komen – wordt het verzamelde kunstvolkje in goede banen geleid, dat wil zeggen: van het ene feest naar het andere. Een heel leger sponsors zorgt ervoor dat de hoorn des overvloeds drie dagen en nachten lang buffetten en prosecco blijft schenken. Hoe lustig de kunstwereld meedraait op de mallemolen van de markt, is zelden zo aanschouwelijk als tijdens de openingsdagen van de Biënnale. Het citaat ‘a free meal is only found in mousetraps’, dat de Nederlandse kunstenaar Han Hoogerbrugge heeft verwerkt in zijn animatievideo Quatrosopus (in het Deense paviljoen), zou in die context als een waarschuwing kunnen klinken. Maar de vallen nemen hier zo’n aanlokkelijke vormen aan – prachtig gedecoreerde 15e-eeuwse palazzi met balkons die uitkijken over het Canal Grande, bijvoorbeeld – dat de muizen zich enthousiast verdringen om erin te geraken. Het mooie weer, de kosmopolitische vakantiesfeer en ettelijke liters alcohol drijven de fun-factor verder de hoogte in.

Hoe lustig de kunstwereld meedraait op de mallemolen van de markt, is zelden zo aanschouwelijk als tijdens de openingsdagen van de Biënnale

Dat dit vrolijke circus van marketing, consumptie en vermaak zich ontspint rondom een tentoonstelling waarin vele werken – hoe kan het ook anders? – een reflectie vormen over een wereld in crisis, en kunstenaars en curatoren oprechte inspanningen leveren om urgente thema’s aan te kaarten, zoals de waterschaarste in Irak (voor het eerst vertegenwoordigd met een nationaal paviljoen), vrije meningsuiting (Denemarken) of de Arabische Lente (Egypte), lijkt een onoplosbare paradox. Het is dezelfde paradox waarvoor, scherp gesteld, het type van de wapenhandelaar-kunstverzamelaar ons plaatst: hedendaagse kunst speelt een instrumentele rol in het systeem waartegen ze zich (soms) verzet. Die spanning wordt ook gearticuleerd in de muurschildering die het kunstenaarsduo Annetta Mona Chisa en Lucia Tkácová heeft aangebracht op twee buitenmuren van het Roemeense paviljoen. Op de linkermuur schreven ze een lijst van ‘20% of reasons not to be at the Venice Biennale’, onder meer: ‘Venice Biennale is a choking-on-money mercantilist fossil.’ Op de rechtermuur schreven ze ‘80% of reasons to be at the Venice Biennale’, en daaronder valt de motivatie ‘To hike up our price.’ De linkerlijst noemt de Biënnale verder een showroom van westerse hegemonie, waarin ‘spectacle = capital’. Een ander bezwaar is: ‘We have nothing to wear for the opening.’ De rechterlijst maakt daarvan een argument pro: ‘Good excuse for massive outfit shopping.’ Humor als manier om om te gaan met de paradox.

Maar vooral buiten de tentoonstelling valt op met hoeveel overgave de kunstwereld een karikatuur van zichzelf opvoert. Een jonge Russische journaliste liep tijdens de opening rond in een speciaal voor de gelegenheid ontworpen en bedrukt jurkje, dat op de vraag ‘Why have you come to 54th Venice Biennale?’ antwoorden suggereert als: ‘To marry rich collector’, ‘To get drunk’ en ‘To fuck a pretty girl’. Parodie of realiteit? Het verschil vervaagt. Niet voor niets won de roman Jeff in Venice, Death in Varanasi, die een behoorlijk realistisch beeld geeft van het tweejaarlijkse bacchanaal van de kunstwereld in Venetië, een prijs voor Best Comic Novel.

ILLUMInations

Venice_dressEen recordaantal landen (89), van Albanië tot Zimbabwe, heeft geïnvesteerd in een nationale representatie op deze 54e editie, terwijl 37 randevenementen en een internationale groepstentoonstelling met 83 geselecteerde kunstenaars het (over)aanbod aanvullen. Wanneer Venetië na het feestgedruis zijn relatieve rust hervindt, blijven de tentoonstellingen nog een vijftal maanden open voor het publiek. Ook dan zijn er redenen in overvloed om naar Venetië af te zakken. Door de grootschaligheid van het gebeuren is het onmogelijk het geheel te overzien, maar het loont zeker de moeite om met het Biënnale-stadsplan op pad te gaan buiten de twee hoofdlocaties. Niet alleen kom je zo soms terecht op betoverende plekjes, met wat geluk zorgt het ook artistiek voor onverwachte ontdekkingen. In de Giardini en het Arsenale zelf vinden we traditiegetrouw een aantal nationale paviljoenen (een dertigtal landen heeft er een vaste stek) en is het ook altijd uitkijken naar de centrale internationale tentoonstelling, waarvoor telkens een andere curator – ditmaal de Zwitserse Bice Curiger – wordt aangesteld om hedendaags artistiek talent te verzamelen onder een overkoepelende noemer. ‘Hedendaags’ blijkt een rekbaar begrip, want een van de blikvangers van deze tentoonstelling is Tintoretto – jawel, de Venetiaanse schilder uit de 16e eeuw. Zijn imposante doeken zijn, met hun dramatische lichtspel en religieuze onderwerpen, alvast makkelijk te linken aan de titel die Curiger voor haar curatorproject bedacht: ILLUMInations. Een prikkelend woord(spel) met zo veel connotaties en associaties (licht, inzicht, verheffende ervaringen, de Verlichting en haar idealen, de problematiek van nationale staten et cetera), dat het zowat elke lading kan dekken. In dat opzicht is het overigens een waardige opvolger voor titels van vorige edities als Making Worlds (2009), Dreams and Conflicts (2003) of – een topper uit 1984 – Art and Arts.

In de polymorfe veelheid aan creaties zijn het vaak werken met een onmiddellijke impact die de aandacht van de bezoeker weten weg te kapen: de eerste indruk telt. De succesformule van een simpel concept dat gesofisticeerd wordt uitgewerkt, is te vinden in The Clock van Christian Marclay, een 24 uur durend videowerk, samengesteld uit scènes uit de hele filmgeschiedenis waarin horloges of klokken in beeld komen. Telkens wanneer het uur wordt aangegeven op het scherm, komt dat exact overeen met de werkelijke tijd op de plaats waar de film wordt vertoond. The Clock was al een hit toen het eerder dit jaar door Marclays New Yorkse galeriehoudster werd geëxposeerd, met marathonvoorstellingen waarbij liefhebbers in de prestigieuze galerie konden overnachten, om vast te stellen dat het synchroniciteitsprincipe wel degelijk de klok rond wordt volgehouden. Dat valt op de Biënnale niet te verifiëren, maar het weerhield de jury er niet van om Marclay de Gouden Leeuw toe te kennen voor het beste werk in de ILLUMInations-tentoonstelling.

Als we dan toch een trend willen spotten op deze Biënnale, is het die van ruimtelijke creaties waar je als toeschouwer meteen middenin zit

SCENOGRAFIE VAN ERVARINGSRUIMTEN

Opvallend veel werken gebruiken niet alleen de blik, maar het hele lichaam van de Biënnalebezoeker als geleider van aandacht, en passen daaraan ook de architecturale ruimte aan. Zo word je in het Oostenrijkse paviljoen door een soort van hangend labyrint geleid, waarin je intrigerende schilderijtjes en videowerken van Markus Schinwald tegenkomt. Andere kunstenaars hebben ervoor gezorgd dat je hun creaties gewoon niet kán voorbijlopen, want je zit er meteen middenin. Als we dan toch een trend willen spotten op deze Biënnale, is het die van ruimtelijke creaties waar je als toeschouwer meteen middenin zit. Het Duitse paviljoen is bijvoorbeeld ingericht als een kerk, compleet met houten banken, glasramen en een altaar. Het is een replica van de kerk waarin kunstenaar Christoph Schlingensief ooit misdienaar was, en die hij in 2008 al gebruikte als decor voor zijn Fluxus-oratorium Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in Mir. De zangers en het orkest ontbreken deze keer, maar nog kom je oren en ogen te kort voor alle filmprojecties en sculpturale installaties. Ze maken van deze kerk een persoonlijk sanctuarium voor de multidisciplinaire en controversiële kunstenaar-cineast-theatermaker, die intussen overleden is aan kanker. De hele installatie vormt een pakkend portret van Schlingensief, waarin we zijn artistieke invloeden kunnen herkennen – vooral Fluxus en Beuys – en we hem horen praten over zijn innerlijke strijd in het aangezicht van zijn nakende dood. De Gouden Leeuw voor het beste nationale paviljoen is naast een pluim voor het curatorenteam dat de tentoonstelling verder moest ontwikkelen zonder hem, ook zeker een postume erkenning van de veelzijdige praktijk en intense persoonlijke betrokkenheid van die kunstenaar.

Zodra je het Zwitserse paviljoen binnenstapt, zit je dan weer in het universum van Thomas Hirschhorn. Onder de titel Crystal of Resistance heeft Hirschhorn het paviljoen tjokvol gestopt met bizarre constellaties van autobanden in aluminiumfolie, glasscherven, bierblikjes, jerrycans, barbiepoppen, kartonnen muurtjes, papier-maché, tl-lampen enzovoort – dat alles bij elkaar gehouden door clusters plakband. Een wankele toren van tv’s bombardeert ons met gruwelijke beelden van politiek geweld, terwijl elders een reeks foto’s van gelijkaardige scènes, afgedrukt van het internet, als vlaggetjes aan koorden zijn gehangen. Je krijgt de ongemakkelijke indruk dat al die elementen op de een of andere oninzichtelijke manier toch een samenhangend geheel vormen, waar je zelf deel van uitmaakt.

Terwijl Hirschhorn een ervaringsruimte creëert uit een bric-à-brac van recuperatiematerialen, doet de jonge kunstenares Tabaimo het met technologie. In het Japanse paviljoen stap je binnen in een animatiefilm, die de fysieke ruimte doet vervloeien met een virtueel landschap van groei, overwoekering, destructie en metamorfose. Die Teleco-Soup gebruikt een geslaagde combinatie van ambachtelijke tekenkunst en hightech animatie- en projectietechnieken om een choreografie te verbeelden tussen de door de mens geconstrueerde wereld en de kracht van de natuur. Het is een werk om stil van te worden, zeker met de huidige ecologische ramp in Japan in het achterhoofd.

Natuurelementen vinden we in hun materiële vorm in het Grieks paviljoen, waar ze in Beyond Reform worden ingezet om de oorspronkelijke architectuur diepgaand te transformeren. Het natuurlijke licht van Venetië is hierbij de belangrijkste speler. Met een hoge wand van smalle houten planken, een enorme waterpartij en één recht pad dat uitgeeft op een bundel stralend licht, bevestigt kunstenares Diohandi het adagio less is more. De curator van het paviljoen leest in dit werk een commentaar op de economische crisis waar Griekenland momenteel mee kampt, en een boodschap dat er hoop gloort aan het einde van het pad. De korte wandeling door het Grieks paviljoen is in elk geval verfrissend, en brengt zelfs een gevoel van loutering teweeg.

REFLECTIE VAN ONDERUIT

Maar het onvolprezen hoogtepunt in de Giardini is de tentoonstelling Speech Matters in het Deense paviljoen. Net als bij de vorige editie lappen de Denen de klassieke invulling van nationale representatie aan hun laars. Ze kozen een tentoonstellingsproject op basis van een competitie tussen vijf buitenlandse curatoren. Katerina Gregos (geboren in Griekenland, woonachtig in België) wist de Deense commissie terecht te overtuigen met haar thematische groepstentoonstelling rond free speech. Een onderwerp waarvoor ze in Denemarken, het debat rond de Mohammed-cartoons indachtig, niet ongevoelig zijn, maar dat tegelijk een globale relevantie heeft. Gregos selecteerde achttien kunstenaars uit verschillende landen die het thema vanuit verschillende (trans)culturele hoeken belichten met werken in de meest uiteenlopende media (o.a. schilderkunst, strips, fotografie, film, installatie en performance). Zo is er de zwart-witfilm The Garden van Jan Svankmajer uit 1968. In zijn heerlijk absurde stijl verbeeldt Svankmajer het verhaal van een man die zich tijdens zijn bezoek aan het landgoed van een kennis verbaast over diens living fence (een rij zwijgende mensen die hand in hand de poort tot het domein vormen), maar die zich na een poosje vrijwillig bij hen voegt. Dat is slechts één van de vele bijzondere werken in werken in Speech Matters, een tentoonstelling die op haar eentje al een trip naar Venetië waard is. Het Deense project van Gregos treedt trouwens ook buiten de grenzen van de Biënnale. Er is Osloo, een drijvend platform van de kunstenaar FOS aan de andere kant van de lagune, dat functioneert als een voor iedereen toegankelijke ontmoetingsplek – een klein verzet tegen de toenemende privatisering van publieke ruimte. En er is de publicatie met uitdagende essays die de reflectie over vrije meningsuiting verder voeden.

In het groots opgezette internationale kunstfeest dat de Biënnale vormt, is het zeldzaam dat de kunst in interactie staat met de lokale context

Twee andere paviljoenen kiezen nog radicaler voor inhoudelijk debat, en gebruiken hun deelname aan de Biënnale om een reeks lezingen, panelgesprekken en workshops te organiseren. Het gezamenlijke paviljoen van Catalonië en de Balearen biedt onder andere het publieke programma Beyond the Crisis – for the Practice of the Commons. De organisatoren, S.a.L.e. Docks, zien artistieke creativiteit als een van de bedreigde ‘commons’ – goederen die iedereen toekomen en die beschermd moeten worden als bron van rijkdom voor de hele gemeenschap, tegen machtsstructuren die het gebruik ervan trachten te monopoliseren en kapitaliseren. Die dreiging ziet S.a.L.E. aan het werk in het instituut van de biënnale. Met hun seminaries over de ‘commons’ in hedendaagse kunst en daarbuiten – die een officieel randevenement vormen van de Biënnale – willen de organisatoren dus nagaan of ze subversief kunnen zijn van binnenuit.

Venice_telecosoupOok Noorwegen heeft een ambitieus programma van gratis lezingen opgesteld als zijn officiële inzending voor dit jaar. Onder de overkoepelende titel The State of Things komen internationale onderzoekers en experts, verspreid over de duur van de Biënnale, hun inzichten delen over thema’s als diversiteit, milieu, vrede, mensenrechten, kapitaal, migratie, asiel, Europa, esthetiek en revolutie. Daarnaast omvat de Noorse deelname een ander origineel luik, genaamd Beyond Death: Viral Discontents and Contemporary Notions about AIDS. Het is de titel van een vak dat de Noorse kunstenaar Bjarne Melgaard het voorbije academiejaar gaf aan studenten van de Università Iuav van Venetië. In die lessen bogen ze zich samen over ‘the history and present of the AIDS crisis, and its reflection within contemporary art and discourse’, en werkte elke student een project daaromtrent uit. Dat project is hoogst opmerkelijk, want in het groots opgezette internationale kunstfeest dat de Biënnale vormt, is het zeldzaam dat de kunst in interactie staat met de lokale context op een meer dan oppervlakkig vormelijke of louter economische manier.

Maar is er ook een lokaal draagvlak voor dit soort initiatieven? Recente ontwikkelingen in Italië doen vermoeden van wel. De electorale afstraffing van Berlusconi – boegbeeld van de spektakeldictatuur – en de brede debatten over milieu, publieke voorzieningen, welzijn en beleid (waar we in België nog een puntje aan kunnen zuigen) wijzen op een dorst naar diepgaande reflectie, discussie en verandering. Is de tijd aangebroken van ‘ILLUMInatie’?

De 54e Biënnale van Venetië, ILLUMInations, loopt nog tot 27 november 2011.

Kristin Rogghe studeerde wijsbegeerte (K.U.Leuven) en transmedia (Sint-Lukas Brussel); film, beeldende kunst en podiumkunsten vormen haar biotoop, werkveld en onderzoeksdomein.

^ Terug naar boven
 

Reacties

uitzonderlijk zeer intresant

uitzonderlijk zeer intresant tekst

Post new comment

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • No HTML tags allowed
  • Lines and paragraphs break automatically.

More information about formatting options

Als maatregel om geautomatiseerde spamrobotten tegen te gaan, vragen wij u het huidige jaar in te vullen. Op die manier kunnen we uw bericht onderscheiden van spam.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.