Luisteren naar de leegte

Door op Mon May 26 2014 12:45:11 GMT+0000

Even stil houden is meer dan even stil houden. Het is een benadering van het hele bestaan, ruimer dan één mensenleven. Daarom moeten kunstenaars met stilte bezig zijn.

Een Noorse boer bezoekt zijn buurman, die op de veranda een pijp zit te roken. Hij knikt hem toe en steekt ook zijn pijp aan. Samen kijken ze de hele middag naar de velden en de bomen. Wanneer de boer tegen valavond weer opstaat om naar huis te gaan, knikt hij zijn buurman opnieuw gedag: ‘Dank voor het gesprek.’ Taal valt nu eenmaal niet te reduceren tot woorden. Voor alles is taal betekenisvolle stilte: het punt waarop we een dialoog begrijpen, nog voor we vat krijgen op de betekenis van iemands woorden. Elk gesprek ademt dankzij zijn stiltes.

62_Vargas_MarijnDionys_380.jpgStilte stamt uit de leegte. Dat is waar alles mee begint: met de leegte. Dat is onze bron, onze meest oorspronkelijke betekenis. We willen het leven vol hebben, maar uiteindelijk komen we uit de leegte en keren we naar de leegte terug. Leegte staat niet gelijk aan passiviteit. Ze is juist de voorwaarde om tot creatie te komen. De hele dag zoek je leegte om iets te kunnen doen, ook eenvoudige dingen. Voor je naar je werk gaat, ruim je de tafel af. Leven komt neer op leegte creëren: lege ruimte om iets te bewerkstelligen, om iemand echt te ontmoeten of op jezelf te zijn. Zonder leegte geen volheid. De volheid is slechts de echo van de leegte. Hetzelfde geldt voor stilte. Zonder stilte, zonder tijd voor stilte, kan je niet spreken.

Beschikken we niet over stilte, dan beschikken we niet over onszelf

Vraag dat maar aan een dirigent. Die weet alles van het belang van de stilte vóór het eerste instrument begint te spelen. In die paar seconden laadt hij alles op. Dat is het moment waarop de pianist – in stilte – de muziek aanhoort, en de muziek hem. Het moment van de ontmoeting. De pianist kan de muziek niet zomaar in de rug aanvallen, hij moet ze in het gezicht kunnen kijken, face to face: ‘Ben je klaar?’ En de muziek zal antwoorden: ‘Ik ben klaar.’ Dan kan de pianist zeggen: ‘Ok, let’s go!’ Anders zal het concert zijn ritme mislopen. Ook voor dialogen in het theater moeten acteurs, voor ze het podium betreden, een pact sluiten: ‘Ik luister naar jou, jij naar mij, daar gaan we.’ Anders werkt het niet.

Stilte is het eerste woord, en het laatste. En dat klopt voor alle culturen, in alle tijden. Als je geen stilte hebt, kan je niet creëren, precies zoals je niet kan schrijven als de schrijftafel niet leeg is. Beschikken we niet over stilte, dan beschikken we niet over onszelf. Hoe minder stilte, hoe moeilijker we kunnen denken. En hoe makkelijker we gemanipuleerd kunnen worden. Zo stak Hitler niet enkel boeken in de fik. Hij verbrandde ook de stiltes: de mogelijkheid voor mensen om zichzelf te zijn.

Mijn vroegste herinnering aan stilte was van op de schouders van mijn vader. In Colombia heerste toen een dictatuur die elke publieke manifestatie verbood. Openbare redevoeringen waren niet toegelaten. En zo trok die dag in totale stilte een brede mars naar de Plaça de Bolivar, het centrale plein voor het gouvernementele paleis. En ik zat op mijn vaders schouders, tussen duizenden mensen die stilzwijgend voor het parlement bleven staan. Een paar uur later was de regering gevallen. Stilte is een politieke macht, een subversieve kracht. Omdat een plek waar mensen uit de algemene dronkenschap kunnen stappen en het leven even kunnen verteren, gevaarlijk is. Een plek waar mensen het belang inzien van even niets te zeggen en stil te houden, is een gevaar voor de consumptiemaatschappij.

Een plek waar mensen het belang inzien van even niets te zeggen, is een gevaar voor de consumptiemaatschappij

Waar is die stilte heen? Wat gebeurde er met de kunst van het luisteren? Het verschil met twintig, dertig jaar geleden is groot. Mensen zijn wanhopiger geworden. Zoals we andere vormen van leven uitroeien, zo roeien we ook dagelijks stiltes uit. Veel vaker dan vroeger hoor je mensen zeggen dat ze achterop lopen, dat ze zoveel te doen hebben waar ze de tijd niet voor vinden. Maar ‘geen tijd hebben’ is jezelf kwijt zijn. En de oplossing zoeken we dan in snelheid. Dat is het parool van deze cultuur: hoe sneller, hoe beter. Een snellere auto, een sneller communicatiesysteem, … Als zal blijken dat 400 km/uur ook niet helpt, zullen we gaan dromen van moleculaire transportatie. Dat lijkt het ideaal.

  • ‘Ja, ik zou graag wat tijd met je doorbrengen, maar die heb ik niet.’

  • ‘En waar moet je dan nu naartoe?’

  • ‘Dat zal ik pas weten als ik er geraak.’

  • ‘Maar waar is dat dan?’

  • ‘Geen idee, en geen tijd om erachter te komen.’

Het is zo makkelijk om door de ratrace geïnfecteerd te raken. Zelf verzet ik me daartegen, maar in een grote massa van vooruitsnellende mensen is het moeilijk om ‘stop’ te zeggen. Wat helpt, is jezelf bewust af te vragen waarom het zo belangrijk is om naar anderen te luisteren, of om ze te raken. Raken we iemand, dan worden we zelf geraakt. Het gaat om de waarde van een moment. Een moment is een punt in de tijd. We moeten weer leren om aanwezig te zijn in het moment.

Daarom moeten alle kunstenaars met stilte bezig zijn. Maar wat betekent dat? Het gaat er vooral om daar kaders voor te creëren. Elke spannende stilte heeft nood aan een kader, met iets wat ervoor en erna komt. Daartussen kan stilte actief of passief zijn, maar het zijn zulke kaders die een zinvol ritme helpen creëren. Dat kan niet zonder helder gedefinieerde stiltes. Zo boeien oude Chinese inktschilderijen vooral door hun lege plekken. Net die leegte doet hun landschap tot leven komen. Hetzelfde geldt voor de negende symfonie van Beethoven: tatatataaaa … en dan stil. Zonder kader kan stilte niet bestaan.

Een werk dat me zelf erg raakt, is een gedicht van de Chileense dichter Vicente Huidobro. Eén regel luidt: ‘Silencio la tierra va a dar a luz un árbol.’ _Stil, de aarde baart een boom._Dat is de stilte waar ik erg van hou: de machtige stilte. Elke voorstelling die ik van enige waarde vind, huldigt wel ergens zo’n geladen stilte.

Die geladenheid heeft alles te maken met de verhouding tussen subjecten en objecten. We maken daar een onderscheid tussen, omdat we leven onder de doem van Descartes. Hij was het die dat verschil tussen object en subject ooit introduceerde, in antwoord op de vroege industrialisering van zijn tijd. Maar voor ons komt het er vandaag op aan om te beseffen wat we verloren hebben door gesplitst te worden in subjecten en objecten. We moeten ons veel meer realiseren dat we ter aarde gekomen zijn om ‘ziel te creëren’. Dat schreef de dichter John Keats in een brief aan zijn wanhopige broer: vergeet niet dat we bestaan als ‘soulmakers’.

Raak je een boom aan, dan raakt die boom ook jou aan

Zo probeer ik voorwerpen zelf te behandelen als subjecten. Slagen we erin naar een theelepeltje of een steentje op de grond te luisteren en ons te realiseren dat ze ook subjecten zijn, dan zijn we misschien ook in staat naar onszelf te luisteren. De enige manier om naar muziek te luisteren is je ervan bewust te zijn dat zij ook naar jou luistert. Raak je een boom aan, dan raakt die boom ook jou aan. Hetzelfde geldt voor een schilderij bekijken. Het kijkt naar jou terug. Zo tracht ik de wereld tot leven te wekken door de dingen een ziel te geven.

Het is luisteren naar de verborgen onderkant van de ijsberg. Ik geloof immers dat hoop niet zit in wat we weten, maar in wat we niet weten dat we weten. Ik geloof dat ons begrip van het leven verscholen zit in die stille innerlijke dromen waar we onszelf nog niet bewust van zijn. Ze zijn er, en ze zeggen: ‘Laat me eruit!’

Enrique Vargas is artistiek leider van Teatro de los Sentidos en leeft en werkt in Barcelona. Zijn theater was in België onder meer te zien op Time Festival en de Zomer van Antwerpen.

Op zaterdag 14 juni vindt er een congres/ontmoetingsdag plaats met Enrique Vargas en Teatro de los Sentidos, in Destelheid, Dworp! Een unieke ervaring, reserveer hier.

62_vargas_masterclass.png