HISK

KONTRO

: Thibaut Verhoeven

Zucht. De Open Atelierdagen die het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (HISK) begin mei organiseerde, waren fantastisch. Spic and Span. Het begon al bij de hyperoverzichtelijke begeleidende brochure waarin alle  geselecteerde kunstenaars voor de atelierwerking van dit academiejaar werden aangeprezen. Vergezeld van pasfoto - ze moeten je kop kennen, nietwaar? - en plattegrond van het gebouw, werd de alleswetende incrowdbezoeker bij het handje genomen en behoedzaam langs de diverse artistieke etalages geleid. En, toegegeven, wat er te zien was, was bij momenten écht veelbelovend. En dat was niet enkel te wijten aan de deskundige toelichting die elke artiest - verrassend welbespraakt, net niet in maatpak, en ik vermoed dus tegen zijn natuur - voorzag bij het getoonde. Het jaarlijks wisselend  internationale selectiecomité en de al even gerenommeerde gastdocenten van het HISK hadden dus meer dan hun best gedaan: het pad naar de artistieke roem voor deze toekomstige coryfeeën der jonge hedendaagse kunst is geëffend.  

Terecht?

Toch niet helemaal, want het HISK speelt Monopoly. Zònder tegenspelers, en dàt is het probleem. Zijn voornaamste troeven - veel geld, internationale contacten en een algemene vergadering met één bekende kop uit bijna elke Vlaamse (kunst)onderwijsinstelling — heeft het immers enkel en alleen aan zichzelf te danken. Waarvoor voorlopig nog dank overigens. Het klimaat waarin het instituut die troeven op tafel gooit, getuigt echter niet bepaald van een gezonde competitiedrang. De andere spelers lijken te slapen en hebben enkel oog voor de belangrijkste speler. Geen wonder dus dat de bank wint.

Neem nu de meute overvloedig aanwezige curatoren en galerijhouders op de Open Ateliers. Het zag er bijna letterlijk zwart van de grote vissen uit de sector, een fenomeen dat je zelden aantreft op de eindejaarspresentaties van de reguliere hogescholen of op kleine, door pas afgestudeerde kunstenaars georganiseerde underground-expootjes, beide dikwijls nochtans uitgelezen vijvertjes voor jong talent. Meer dan kunde genoeg te rapen dus, me dunkt, ook zonder de postgraduaatsopleiding van het HISK, maar waarom bijten de vissen dan niet buiten de oevers van die vijver?

Volgens mij zijn er hiervoor drie mogelijke verklaringen. Eén: de internationale uitstraling van het HISK, twee: het gebrek daaraan bij de gewone  kunsthogescholen, en de derde hangt samen met de eerste twee: de te korte neus van sommige van die tentoonstellingsmakers en galerijhouders. Hun veel gehoorde boutade: 'Jonge Kunst, wat is dat? Ha, het HISK zeker?', lijkt in dit overvloedig Open Atelierbezoek immers haar ultieme illusoire bevestiging te vinden. En dat heeft minstens even veel te maken met de kwaliteit van het jonge werk als met de door het HISK opgetrommelde kosmopolitische kunstkenners die dit jonge werk selecteerden. Dít is jonge kunst die knalt! Waarom? Omdat Cathérine David en Ann Demeester (resp. Artistiek Directeur Documenta X en Intendant W139 Amsterdam, TV) zeggen dat het knalt, quoi. Een internationale bevestiging van kwaliteit, meer heeft men tegenwoordig blijkbaar niet nodig om een goede jonge expo in elkaar te boksen.

Sad but true voor de hogescholen, want hoewel ze talent zat in huis hebben, lijkt het voorlopig nog even wachten op een gedegen internationale uitstraling. In Nederland is dat wel even anders. Daar is het monopolie op de kweekvijver voor jong talent op zijn minst in drie verdeeld: de Rijksacademie en de Ateliers, beiden in Amsterdam, en de Maastrichtse Jan Van Eyckacademie bieden door hun aantal alleen al een op zijn minst genuanceerder beeld van talentvolle jonge kunst.

Toch vreemd eigenlijk. Zo dicht bij de bron — vele Vlaamse (kunst)onderwijsinstellingstellingen zetelen immers in de algemene vergadering van het HISK — en toch blijven ze zo onbesproken, die hogescholen¬Ö Een voorbeeldje: een Sint-Lucas Hogeschool slaagde er vorig academiejaar in — met veel goede wil overigens, daar niet van - één Thierry De Duve te strikken voor de coördinatie van een overkoepelend atelierproject. Eén. Terwijl vijftig kilometer verder de internationale gastdocenten voor het rapen liggen. Het kan toch niet zo moeilijk zijn om de internationale reputatie van het HISK niet simpelweg voor hun eigen kar te spannen? Geef Cathérine David en consorten bij wijze van spreken jaarlijks één retourtje Antwerpen-Gent en een chambre d'hôte, en de talentscouters lopen binnen de kortste keren de reguliere eindejaarspresentaties plat. Er wordt wel aan gewerkt hoor, klinkt het vanuit het Hoger Kunstonderwijs, zeker in het kader van het Bologna-akkoord, maar toch¬Ö De grote vissen boeken voorlopig nog steevast een enkele reis richting HISK.

Spijtig, maar the bank wins, terug naar start.

Zucht.

VERSO
Het HISK: de keerzijde

: Willem Elias 

Het is verrassend aangenaam om bij een tekst die zich aandient als kritiek op het HISK te mogen concluderen dat hij in het archief mag bewaard worden onder de rubriek "lovende recensies" (de andere worden overigens niet gearchiveerd, maar vertikaal geklasseerd).

Het artikel is in eerste instantie een bevestiging van het feit dat de doelstellingen, die het HISK sinds zo'n kleine tien jaar nastreeft, gerealiseerd worden (ik gebruik hier met opzet niet het woord "zijn" dat te veel naar een einde verwijst; "worden" duidt hier het continue proces aan).

Twee rode draden lopen doorheen de kontro van Thibaut Verhoeven.Ten eerste stelt de auteur dat uit de opendeurdagen blijkt dat de kunstwerken die er te zien zijn, de moeite lonen. Ik had liever niet het oubollige cliché (gun me dit pleonasme) gelezen dat ze "veelbelovend" zijn. Veel beloven doet me te veel aan de nieuwjaarsbrieven uit mijn kinderjaren denken en de schaamte bij de gedachte dat dezelfde beloften elkaar moesten hernieuwen. Het Vlaamse spreekwoord "Veel beloven en weinig geven, doet de zotten in vreugde leven" kan ons in dat verband, helemaal op het verkeerde been zetten.

De kandidaat-laureaten zijn niet "veelbelovend", ze zijn gewoon veel. Het zijn volwaardige kunstenaars. Ze geven veel. Ik begrijp uiteraard de gedachtegang. Zo'n atelierbezoeken laten de potentialiteit aanvoelen en menig kunstcriticus laat zijn verbeelding los over wat daar allemaal nog kan uit voortkomen. De ironische toespeling over de "welbespraaktheid" neem ik er graag bij. Het beeld van het kunstenaarsprofiel is het laatste decennium sterk veranderd. Inderdaad, niet meer in een werkmansvestje, pruimtabak sjiekend, op vernissages, zoals Rik Poot, maar met maatpak, website en visitekaartjes; om het rekenmachientje in de GSM-oorprothese dan nog niet te vergeten. De welbespraaktheid verrast ook mij aangenaam. Ik beschouw het als een belangrijk aspect van de cultuur binnen het hoger kunstonderwijs.

Een tweede constante bij de loftuitingen is de waardering voor de "gerenommeerde gastdocenten". De eer komt overigens toe aan Johan Swinnen die de voorbije jaren een netwerk uitstippelde en vele grote namen warm kon maken om naar het HISK als gast of jury te komen. Belangrijk hierbij is ook dat deze groten van het kunstgebeuren tevens met een zeer positieve indruk over het potentieel en over de gehanteerde werkformule naar huis terugkeren.

Verder deel ik de kritiek op de "te korte neus" van sommige tentoonstellingsmakers en galerijhouders. In die hoedanigheid zich smalend over de kunstenaars van het HISK uiten, is rondom dom. Maar wat als ze allemaal een goede neus hadden! Het verschil tussen diegene die het zien en diegene die het horen, zal wel blijven bestaan.

Tot hier is er geen enkele reden waarom Kontro en Verso niet arm in arm, schouder aan schouder in december de tentoonstelling van de afstudeerwerken van het HISK zouden gaan bezoeken, ons verkneukelend bij het aanschouwen van zo'n visueel festijn. Als we dat zouden doen, moeten we toch ook een tweetal zaken, waar ik het niet mee eens kan zijn, even bijpraten.

Ten eerste is er de uitspraak over de hogescholen dat ze "talent zat in huis" zouden hebben. In de vele jaren dat ik in jury's eindwerken meebeoordeel of de resultaten op eindejaarstentoonstellingen ga bekijken, heb ik van een dergelijke talentendronkenschap weinig gemerkt. Als er één of twee blijk geven van talent, ben ik een gelukkig man. Om dan nog niet te spreken over wat er nadien met dat talent gebeurt. Het percentage dat ooit als (zelfstandige) kunstenaar een loopbaan uitbouwt, is bedroevend klein. Begrijp me niet verkeerd. Ik ben een verdediger van het kunstonderwijs. Maar een HISK lijkt me nodig om het beperkt aantal talenten uit de hogescholen, na een basisvorming, de kans te geven autonome kunstenaar te worden. Die posthogeschoolvorming moet er anders uitzien dan de opleiding die tijdens de hogeschoolperiode verstrekt wordt. Dit "anders" bestaat precies in de contacten met befaamde curatoren, kunstenaars, critici en theoretici uit het buitenland. Het aantal buitenlandse geleerden dat over de vloer komt aan de universiteiten is ook zeer gering. Internationale specialisten moeten je niet leren lopen, ze moeten achteraf je tred verstevigen.

Er is een tweede misvatting die ik betwist. De voorstelling van de zaak zoals geformuleerd in volgende zin, houdt geen steek. Ik citeer : "Geef Cathérine David en consorten bij wijze van spreken jaarlijks één retourtje Antwerpen-Gent en een chambre d'hôte, en de talentscouters lopen binnen de kortste keren de reguliere eindejaarspresentaties plat". Zo simpel zit het leven niet in elkaar, vriend. De pedagogische begeleiding van het HISK gebeurt door middel van een doordachte selectie waarbij op zoek gegaan wordt naar een duidelijke verscheidenheid in de aangezochte deskundigheden. Eens overwippen heeft echt niet hetzelfde effect.

Daarenboven is dat soort eminenties niet geïnteresseerd om in de Vlaamse hogescholen de boer op te gaan. Ze willen internationale collega's ontmoeten en het puik van wat zich aan kunstenaars aanbiedt in een land trekt hen aan. Hiervoor verkiezen ze een voorselectie. Het HISK is daar de geschikte plaats voor. Inderdaad Monopoly, dus. Wees gerust. Van monotheïsme tot monogamie, met uitzondering van monokini, houd ik niet van woorden die met "mono" beginnen, en uiteraard nog minder van de dingen waarnaar ze verwijzen. Ik zou geen bezwaren hebben tegen meerdere instituten die concurreren. En we weten dat het talent dat de ingangsproef niet haalt slechts voor een deel terecht uitgesloten wordt. Een ander deel is het slachtoffer van het feit dat er slechts een beperkt aantal plaatsen voorhanden is. De overheid voert een beleid dat uitgaat van de overtuiging dat één instituut per discipline volstaat. Tussendoor wil ik erop wijzen dat het betreffende budget eerder bescheiden is. Er wordt gezegd dat de drie instituten uit Nederland er achteraan een nul bij hebben. Maar of dit en de concurrentiële mogelijkheid, voortvloeiend uit het met drie zijn, resulteert in betere kunstenaars bij onze noorderburen, zou ik ten zeerste betwijfelen. Vergeet ook niet dat Brussel en Wallonië geen enkel instituut van die aard hebben.

Tot hier de keerzijde. Toch wil dit alles ook weer niet zeggen dat het niet goed zou zijn dat er hechtere samenwerkingsverbanden en uitwisselingen tussen het HISK en de hogescholen gerealiseerd zouden worden. De vertegenwoordigers zetelen inderdaad in de raden van het HISK. De kritiek die in het artikel tussen de regels wordt gericht aan hun adres, moeten ze zelf maar beantwoorden. Dat is mijn taak niet. Ik hoop in elk geval vanuit het HISK een standpunt geformuleerd te hebben.

Willem Elias

Voorzitter HISK

P.S. Hoewel ik de eer heb voorzitter te zijn van zo'n bloeiend instituut, is bovenstaande mijn persoonlijke mening. Andere leden van de Raad van Bestuur kunnen er andere meningen op nahouden.

^ Terug naar boven
 

Reacties

Post new comment

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • No HTML tags allowed
  • Lines and paragraphs break automatically.

More information about formatting options

Als maatregel om geautomatiseerde spamrobotten tegen te gaan, vragen wij u het huidige jaar in te vullen. Op die manier kunnen we uw bericht onderscheiden van spam.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.