De revolutie in haar premature fase

De impact van de Arabische Lente op de kunsten in Egypte, Tunesië of Syrië is groot, maar voorlopig nog weinig vruchtbaar. Dat is een jaar na de eerste opstanden de slotsom van Brussels curator Tarek Abou el Fatouh, die als geen ander in ons land overzicht heeft over de artistieke ontwikkelingen in de regio. ‘De meeste hedendaagse Arabische artiesten zijn simpelweg geparalyseerd door alle politieke ontwikkelingen.’

Abou el Fatouh leidt het Young Arab Theatre Fund (YATF), dat met zijn reizende festival Meeting Points een platform biedt aan Arabische kunstenaars in Europa en de brede Arabische wereld. Zo droeg de jongste Brusselse editie – afgelopen najaar bij KVS en Argos – de titel ‘Locus Agonistes: Practices and Logics of the Civic’. Met performances, films en beeldende kunstwerken uit de hele Arabische cultuursfeer – daterend van voor en na de Arabische Lente – onderzocht deze Meeting Points 6 ‘het revolutionaire heden’ vanuit een focus op wat ‘burgerschap’ betekent. Welke esthetische strategieën gebruiken hedendaagse kunstenaars om uitdrukking te geven aan de verbeelding en de strijd van burgers?

DE EXPLOSIE VAN GRAFFITI

Toegepast op de Arabische Lente, ziet Tarek Abou el Fatouh verschillende antwoorden voor verschillende kunstdisciplines, en voor verschillende landen. ‘Het eerste wat opvalt, is dat de revolutie een flinke boost gegeven heeft aan street art. 51_Hillaert_GanzeerinCa├â┬»ro380.jpgVoor de revolutie was graffitikunst eerder schaars in de Arabische landen, nu zie je zowel in Tunesië als in Egypte een ware explosie, met heel nieuwe artistieke richtingen. Dat deze kunstvorm het zo goed doet, komt natuurlijk door zijn snelle en onmiddellijke karakter. Artiesten organiseren “crazy graffiti weekends”, waarna de overheden de resultaten laten overschilderen, om dan snel weer nieuwe werken te zien opduiken in het straatbeeld, enzovoort. Kijk bijvoorbeeld naar het werk van de Egyptische artiest Ganzeer, dat is van grote esthetische kwaliteit.’

In de beeldende, audiovisuele en de podiumkunsten ziet Abou el Fatouh een tegenovergesteld effect. ‘Kunstenaars en curatoren zijn met verstomming geslagen. Ze komen nauwelijks aan nieuw werk toe. In de eerste weken gingen ze natuurlijk vooral mee de straat op als burgers, en gebruikten ze hun artistieke tools om de gebeurtenissen simpelweg te documenteren. Ook heel wat kunstenaars die nooit eerder betrokken waren in dit soort acties, zijn erdoor geïntrigeerd geraakt. Ze bouwen er een heel nieuw publiek mee op, maar wat ze doen, kan ik niet zien als artistieke acties, enkel als burgerinitiatieven. En eigenlijk duurt die verstomming door tot op vandaag. Artiesten hebben nog geen klare kijk kunnen ontwikkelen. Ze reageren op alles wat zich afspeelt, maar dat gebeurt allemaal te direct om te kunnen spreken van boeiende kunst.’

SYRISCHE INTERVENTIES

Onmiddellijkheid baat de kunsten niet, besluit Abou el Fatouh. ‘Zo is het momenteel eigenlijk interessanter om te kijken naar wat er in de kunsten gebeurde vóór de revolutie. We hebben namelijk de neiging om de Arabische Lente te begrijpen als een plotse breuk, zonder context of inleiding, maar ook voor januari 2011 bewoog er al heel wat in Egypte en Tunesië. Slechts vijf procent van al die toenmalige verzetsacties kon je bestempelen als artistiek, maar ze hielpen een klimaat en een verbeelding installeren die leidden tot de collectieve uitbarsting die uiteindelijk de wereld rondging. We mogen de kwestie ‘kunst en revolutie’ dus niet begrenzen tot wat er na de revolutie gebeurde. Kijk naar de prerevolutionaire situatie die je nu in Syrië ziet. Kunstenaars zijn er betrokken bij interventies die veel sterker werken, omdat ze meer overdacht zijn. Je kan ze evenmin categoriseren als pure kunst, maar vanuit artistiek oogpunt vallen ze meer op. Het zijn creaties voor een publiek, al zit dat vooral online.’

We mogen de kwestie ‘kunst en revolutie’ niet begrenzen tot wat er na de revolutie gebeurde.

Het verschil ligt volgens Abou el Fatouh in de heel andere context in Syrië. ‘Over Egypte zei iemand dat demonstranten en artiesten te druk bezig waren met van elkaar versteld staan, als in shock: “waar komen al die mensen ineens vandaan, hier op Tahrir?” Ze stroomden samen als burgers. In Syrië daarentegen is er niet één plein waarop alles zich verenigt, en is de politiek-maatschappelijke onderdrukking nog altijd veel sterker. Als je bang bent, en alleen, kom je tot een heel ander soort acties. Er is meer tijd om te reflecteren.’

Zo lieten Syrische artiesten en activisten vorige zomer een paar duizend pingpongballetjes met revolutionaire slogans in Damascus neerkomen. Ook slaagden ze erin rode verf te droppen in de watertoevoer van enkele publieke fonteinen, waardoor die als het ware bloed begonnen te spuwen. En in een van de grote parken in Damascus werden luidsprekers verborgen die plots slogans ten gehore brachten uit demonstraties in andere Arabische steden. ‘Bij elk van die acties gingen de veiligheidsdiensten compleet uit hun dak’, grinnikt Abou el Fatouh. ‘In het park begon de politie zelfs te schieten, maar er was niemand. Men vond ook niet meteen de kabels om de luidsprekers het zwijgen op te leggen.’ De meest verbijsterende actie vond Abou el Fatouh ‘de stille demonstratie’, die plaatsvond in een klein Syrisch dorpje. ‘Alle demonstranten hadden hun mond afgeplakt en droegen lege protestborden. Een ongelooflijk sterk beeld gaf dat.’

DE FASE VAN DE GROTE VRAGEN

Tarek Abou el Fatouh besluit zijn analyse van de artistieke status quo in de postrevolutionaire Arabische landen met een historische parallel. ‘Wat zag je na de studentenprotesten op het Tienanmen-plein in 1989 in China? Eerst ontstonden er hier en daar een paar trage artistieke initiatieven, en pas later kwam de explosie aan vernieuwing die de Chinese kunsten nu typeert. Zo is het nu gewoon nog te vroeg om al het effect van de Arabische Lente te zien.’ Pas als er ruimte zal ontstaan voor reflectie, als kunstenaars meer afstand kunnen nemen van wat er gebeurt, gelooft Abou el Fatouh dat er op artistiek vlak weer wat zal gaan bewegen, voorbij directe acties. ‘Maar zelfs in Tunesië zijn ze daar nog niet aan toe. We zitten nog in de fase van de grote vragen. Binnen welke nieuwe structuren moet het kunstenveld nu georganiseerd worden? Wat betekent ‘onafhankelijkheid’? Wat moet er gebeuren met de kunstscholen, moeten kunstenaars die bezetten? Daar wordt nu druk over gedebatteerd. Op antwoorden in de vorm van nieuwe kunstwerken blijft het wachten.’

Het zal erop aankomen de autonome aspiraties van Arabische kunstenaars goed te bewaken

Wat Abou el Fatouh vooral benieuwt, is wat er in de toekomst zal ontstaan uit de schat aan documentair materiaal dat heel wat Arabische artiesten momenteel produceren. ‘Je kan niet anders dan spreken van een beweging. Artiesten die nooit eerder documentair werkten, creëren nu een gigantisch archief aan films, theatrale getuigenissen en beeldend werk. Ook dit primaire materiaal doet in artistieke kringen allerlei vragen rijzen, specifiek over archivering. Wat valt er met die archieven aan te vangen? Wie is er de eigenaar van? Behoort het archief van de Egyptische revolutie toe aan het Egyptische volk, of aan de wereld? Hoe vertaal je het van zijn lokale context naar een internationaal publiek dat die context niet kent?’

EEN CRUCIAAL KANTELPUNT

Het enige wat Tarek Abou el Fatouh zeker weet, is dat de Arabische Lente de artistieke wereld beslissend zal beïnvloeden. ‘Dat zag je al tijdens de demonstraties op het Tahrirplein. Zowat alle Arabische kunstenaars die ik ken, waren ter plaatse. Blijkbaar zagen ze de revolutie als een cruciaal kantelmoment in hun leven. Maar waarom zouden ze nu plots allemaal werk moeten gaan maken over die revolutie? Ze moeten doorgaan met het oeuvre waarmee ze bezig waren.’

Er is namelijk één groot gevaar aan de grote weerklank die de Arabische Lente kreeg: dat kunstenaars nu werken gaan produceren louter omdat de kunstmarkt erom vraagt. ‘Momenteel kiezen vele artiesten voor documentaire omdat ze voor zichzelf willen snappen wat er aan de hand is, maar er is ook de valkuil van festivals en curatoren – zowel lokaal als internationaal – die willen uitleggen wat er gebeurd is. Zij kopen dan premature reflectie en minder goede kunst in, louter omdat die “de revolutie” spiegelt. Er zijn zelfs musea die nu Ganzeer in hun zalen willen, maar wat is de zin van een street artist te gaan opsluiten tussen witte muren? Het zal erop aankomen de autonome aspiraties van Arabische kunstenaars goed te bewaken.’

Wouter Hillaert is podiumredacteur van rekto:verso.

 

^ Terug naar boven
 

Reacties

Post new comment

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • No HTML tags allowed
  • Lines and paragraphs break automatically.

More information about formatting options

Als maatregel om geautomatiseerde spamrobotten tegen te gaan, vragen wij u het huidige jaar in te vullen. Op die manier kunnen we uw bericht onderscheiden van spam.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.