De authentiquairs van 't stad

Steven Ceuppens plaatst enkele welgemikte vraagtekens bij de Zomer van Antwerpen, locatiepodium, de opening van de Roma en veel meer. Hij pleit voor "een locatiepodium dat illusies en authenticiteit laat vallen, maar met beide voeten in de vaak harde en heterogene werkelijkheid staat."

Theirs goes `doo doo doo do do do , doo doo doo do

do do' and mine goes `doo doo doo do do do, *do*

doo doo doo do do do' -- completely different."

(Vanilla Ice over de verschillen tussen Ice Ice Baby

and David Bowies Under Pressure)

Juli - augustus 2003: het Zomert weer in Antwerpen. Twee maanden lang dendert de geglobaliseerde cultuurkaravaan van de Zomer van Antwerpen door de stad en haar wijken.Volgens organisatoren Antwerpen Open betekent dat niet alleen twee maanden lang feest en genieten. Gedurig wordt het publiek er immers van doordrongen dat dit meer is dan een gewoon feestje. Antwerps cultuurschepen Eric Antonis noemt de Zomer zowaar een 'toverformule tegen de veelbesproken verzuring die steeds meer mensen lijkt aan te tasten.' Van toverformules is geweten dat enkel zij die er in geloven er baat bij hebben, maar gelukkig zijn er nogal wat gelovigen die de mening van Antonis delen.Met z'n allen roepen ze zo luid dat feest en gezelligheid de enige manieren geworden zijn waarop kunst in de openbaarheid mag treden. Volgens socioloog Rudi Laermans is dat echter geen vanzelfsprekendheid. De grootstedelijke publieke ruimte heeft namelijk een januskop, zo stelt hij:

Ze doet tegelijk opwindend en bedreigend aan. Ze is opwindend door de mogelijkheid van ongeplande ontmoetingen, vanwege haar visuele tolerantie en bontgekleurde karakter, vaak ook wegens een plotse erotisch-elektriserende sfeer. Maar even vaak zijn er potentiële bedreigingen, mogelijke inbreuken op de persoonlijke fysieke of psychische integriteit.

Daar waar ze dan beweren de maatschappij te verzoeten, falen feest en gezelligheid keer op keer om de contradicties die in elke stad aanwezig zijn, adequaat weer te geven. Feest is daarom meer en meer een strategie geworden om de tegenstellingen die Rudi Laermans beschrijft op een erg agressieve manier te verhullen.(1) We willen a-politiek zijn, stellen de organisatoren, en misschien zonder het te beseffen zijn ze in dat streven juist érg politiek.

De Zomer volgt immers dezelfde trend als de politieke wereld, waar het festival via haar hoofdsponsor Stad Antwerpen nauw mee verweven is. Politici kennen al veel langer dan festivalorganisatoren de voordelen van de catch all-partij: om zo veel mogelijk mensen aan te spreken, ontdeden ze jaren geleden al hun partijen van alle ideologische ballast. Liet de kiezer vroeger nog zijn identiteit grotendeels samenvallen met de partij-ideologie (conformisme dat wel degelijk een keuze inhield, omdat ze ingreep op het individuele leven), dan kiezen de partijen nu voor effectbejag en kortetermijnsuccesjes die de vlottende kiezer moeten behagen. Daarbij worden voortdurend thema's bewandeld die zo min mogelijk frictie bij een zo groot aantal mogelijk mensen veroorzaken. Met socialistisch voorman Steve Stevaert verlaat de politiek thematisch werken om vervolgens de nog frictielozere wereld van het feestvieren binnen te treden: zijn socialisme zal gezellig zijn of het zal eenvoudigweg niet zijn. Wat dat betekent, toont ons de onverkwikkelijke zaak rond voormalig staatssecretaris Anissa Temsamani: toen haar gezellige ideaalbeeld van allochtone, gescheiden maar zeer zelfstandige moeder een paar ongezellige barsten begon te vertonen, zag Stevaert er geen graten in Temsamani te vervangen door de al even gezellige Kathleen Van Brempt.

Buiten de traditionele politiek waart er echter net zo goed een spook der gezelligheid: ook de andersglobalisten larderen hun manifestaties voortdurend met feestjes. Hun samenzijn is dan niet langer een middel om doelstellingen te realiseren, maar is doel op zich geworden. Daarbij is - net zoals bij de Zomer van Antwerpen - de continue verknoping van feest, exotisme en alteriteit bijzonder opvallend. De Zomer wil zich immers nadrukkelijk presenteren als een festival dat Anders is, weg van de klassieke concert- en theaterzalen, weg van de alledaagse stadskernen en ordinaire speelplekken. Beweren de organisatoren daarbij nog multicultureel te zijn, dan zijn ze in wezen slechts mono-multicultureel: steeds opnieuw worden etniciteit, taal, cultuur en religie gereduceerd tot een potpourri van hun meest kleurrijke, frictieloze componenten. De ideaalbeelden die de Zomer op die manier verspreidt, dienen een dubbel doel: enerzijds zijn ze bijzonder attractief, anderzijds worden ze zo vaag gehouden dat mogelijke confrontaties met de identiteit en waarden van de bezoekers van het festival vermeden kunnen worden. Dat de Zomer daarmee op een breed publiek mikt, mag geen verwondering wekken. Alteriteit, het Anders-zijn, is immers de grondtoon van onze samenleving geworden. Zo zeer zit diversiteit in onze hoofden dat je je afvraagt of het door velen ter verdediging geschetste spookbeeld van monoculturaliteit niet meer is dan dat: een vage herinnering aan een monocultureel verleden dat enkel nog gebruikt wordt om het individuele Anders-zijn te legi timeren.

De formule van de Zomer van Antwerpen, andersglobalistische feestjes en zelfs het discours van Steve Stevaert: ze zijn allen vergelijkbaar met het alternatief toerisme zoals dat door Trotter en Lonely Planet gepromoot wordt. Deze gidsen passen dan ook wonderwel in het verlangen naar de hierboven vermelde andersheid. Hun gebruikers zijn geen gewone toeristen: ze zijn wat anders, wat gevoeliger voor lokale bevolking en cultuur, een beetje avontuurlijk ook. De wereld is voor hen een grote ontdekkingsreis in een gebied vol vreemde gebruiken en mensen met andere gewoontes, vol onbekende muziek en ongekende architectuur. Ze herbeleven als het ware de aloude mythe van de nobele wilde keer op keer opnieuw. Vol nostalgie kijken ze naar de Andere die nog authentiek leeft, in overeenstemming met tradities en gebruiken. De nobele wilde kent geen ambitie, concurrentie of macht. Hij leeft zijn authentieke, zorgeloze leven en lijkt zich van de maatschappij niets aan te trekken. Vertaald naar de Zomer, drukt coördinator Bruno Verbergt dat als volgt uit:

Wij Vlamingen kunnen zelf geen pannenkoeken meer bakken, wat zouden we dat de Marokkanen gaan leren? We halen onze kleffe pannenkoeken uit de supermarkt, terwijl onze mediterrane buren nog authentiek kunnen koken. Misschien moeten we daar wel even van proeven. Moeten we onze Afrikaanse buren in een maatpak hijsen en op klompen laten dansen terwijl zij kunnen swingen als de besten? Laat ons toch profiteren van de rijkdom aan culturen in deze stad om van elkaar iets te leren. Dan pas kunnen we spreken van een goed evenwicht, van een sociale en culturele mix. Ik vind het niet zo'n goed idee om alle andere culturen in deze stad plat te walsen met onze eigen, Vlaamse, middelmatige bourgeoiscultuur. Dat lijkt me eerder een verarming dan een verrijking.

Een allochtoon schrijver als Hafid Bouazza, de Irakees in mijn cursus die het programma van het Blok wel wat hebben vindt, de Afrikaan die een harder zakenman dan menig Europees manager is, de bezoekers en programmatoren van de Zomer kunnen en willen deze contradicties onmogelijk denken. Op zich is dat ook niet erg. Zodra de Zomer van Antwerpen echter probeert de openbare ruimte te modelleren naar haar eigen exotische ideaalbeelden, gaat het mis. Naar analogie met Lonely Planet en aanverwanten is het echter precies dat wat het festival met Antwerpen doet: ze koloniseert de stedelijke ruimte met haar Zomerse ideaalbeelden. Iedere kolonisatie begint noodzakelijkerwijs met het in kaart brengen van het te veroveren gebied, wat gepaard gaat met observaties, berekeningen (2), analyses en prioriteiten bepalen. Een kaart is op die manier altijd een product van de cultuur die ze voortbrengt: ze maakt het onbekende en heterogene veilig door ze te herschrijven als elementen binnen een bepaald gebied om vervolgens de relaties tussen deze elementen vast te leggen. Volgens Michel Foucault hebben deze kaarten een politiek, compenserend doel: ze creëren een ruimte die net zo perfect, nauwkeurig en geordend is als de openbare ruimte rommelig en verward is. Hoe die perfecte ruimte er volgens Antwerpen Open moet uitzien, vertelt ons de website: de organisatie werkt volop aan een databank waarin Antwerpen gereduceerd wordt tot honderden authentieke locaties. Naar wens kan ze artiesten en bezoekers oplossingen op maat aanbieden. Dit jaar deed Antwerpen Open dat al samen met 5voor12 voor de wijk Antwerpen-Dam, waar de Luna-feestjes van de Zomer plaatsvonden: 'den Dam' is als 'laatste echte volkwijk' volledig omsloten door viaducten, dokken en spoorwegemplacements. Binnen deze beperkte ruimte werd het 'heiligdom (!) van feestend Antwerpen' gecreëerd, een 'plek met muziek, animatie en visuele stunts, talent van eigen bodem en internationale acts.' Als we Rudi Laermans mogen geloven, dan verraden zulke feestjes niets anders dan een dorpse blik op de stad: een blik die zich kenmerkt door het streven naar nestwarmte en gemeenschap.

De sporen die reisgidsen als Lonely Planet en de brochures en marketing van de Zomer binnen deze perfecte ruimte uitzetten, lijken op hun beurt een binnenweg naar authentieke ervaringen te suggereren. Ze zijn op maat gemaakt van de bezoeker wiens tijd en geld (3) schaars is en dan ook onmiddellijke return wil. Zo zegt Jennifer Cox, woordvoerster van Lonely Planet over de controverse die ontstond nadat haar bedrijf bepaalde Londense wijken als vol met criminelen had afgeschilderd:

We're saying where the dirty bits are so people can avoid them. If you're coming to London as a tourist and the first thing you see is dirt, homeless people and hundreds and thousands of pigeons, if you don't know to get beyond that you just think 'this isn't what I expected' and you don't come back.

Dat klinkt nobel, maar in werkelijkheid worden zowel toerist als bezoeker van de Zomer van Antwerpen gedisciplineerd tot één selectieve kijk op de werkelijkheid, één selectieve kijk op de stad. Een kijk die verveling en ongemak wil vermijden. Op die manier worden allerlei aspecten van de wijk en een heleboel artiesten eenvoudigweg genegeerd. Door klakkeloos het verlangen naar authentieke en geïdealiseerde ervaringen te reproduceren, leggen de organisatoren van de Zomer bovendien een zware last op de schouders van de wijken en artiesten die wél meedoen. Als die laatsten niet voldoen aan de beeldvorming en de rol die hen van buitenaf wordt opgelegd, kan dat leiden tot bittere teleurstelling bij bezoekers die hun verwachtingen niet ingelost zien. Door haar massale advertentiecampagnes die opwinding en authentieke ervaringen garanderen, doet de Zomer ook weinig om die verwachtingen te temperen. Wel integendeel...

Enerzijds moet de Zomer van Antwerpen voor haar bezoekers de weg effenen naar authentieke ervaringen, anderzijds mogen haar voorstellingen nu ook weer niet te toegankelijk zijn: binnen de perfecte ruimte van de Zomer wordt authenticiteit dan ook maar al te vaak begrepen als exclusiviteit. Het lijkt wel alsof iets minder authentiek wordt van zodra er meer mensen aan geroken hebben.'There's no way you can keep it out of Lonely Planet, and once that happens it's countdown to doomsday,' zegt een van de personages uit The Beach, waar drie jongeren hun escapisme bevredigen door als uitverkorenen een privé-maatschappijtje op een maagdelijk eiland te installeren. Eilanden waren altijd al populair bij reizigers: ze zochten er afzondering, kleinschaligheid, zorgeloosheid of een ander levensritme. Het eiland-gevoel kan ook als metafoor fungeren voor onze hang naar een uniek leven, naar de drang ons te onderscheiden van de anderen. De backpacker lijkt dan op een postmoderne Koning Midas: zodra hij iets aangeraakt heeft, wordt het ordinair. Voortdurend is hij daarom op zoek naar nieuwe exclusieve, authentieke plekken: een vlucht vooruit die de fundamentele twijfel moet bezweren of het échte paradijs, échte uitverkorenheid of échte authenticiteit wel bestaan.

Heel af en toe wordt de eiland-gedachte in de programmering van de Zomer tot op het absurde niveau van The Beach doorgetrokken: Skagen's tkofschip & tfokschaap voert Zomer-bezoekers per boot mee naar Lillo, dat als één van de weinige, overblijvende 'authentieke' (4) Antwerpse polderdorpen te midden van havenindustrie prima fungeert als eiland-metafoor. De keuze is veelzeggend, te meer daar op tien minuutjes varen Doel (5) ligt, een plek die veel beter de contradicties van onze huidige maatschappij weergeeft. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat mede door haar locatietheater op unieke plekken de Zomer van Antwerpen zich meer dan behoorlijk staande kan houden tussen alle andere vrijetijdsaanbieders die authenticiteit als troefkaart uitspelen. Want dat de hype rond de Zomer werkt, hoeft geen betoog. Ook dit jaar stonden lang voor de kassa's open gingen om half zeven 's morgens mensen al aan te schuiven voor een kaartje en waren alle voorstellingen in een mum van tijd uitverkocht. Het lijkt dan ook moeilijk om niet blij te zijn met zo veel drempelverlaging. Toch doet de marketing van de Zomer een beetje vreemd aan: de publiciteit die voor het evenement gevoerd wordt, overtreft vele malen het beschikbare aantal kaartjes. Hier lijkt dan ook een strategie aan het werk: ook Ryanair heeft voor een beperkt aantal spotgoedkope kaartjes meestal een massa publiciteit over en teert het succes van de massale Koopje van de Week-campagnes van Aldi en Lidl niet op de schaarsheid van de tegen dumpingsprijs aangeboden producten? De Zomer als culturele koopje van de week? De boodschap is duidelijk: als je maar wat moeite wil doen, kan iedereen erbij horen. Kampeer een paar uren voor de kassa en je onderscheidt je meteen van die massa anderen die geen koopje konden of wilden bemachtigen (6). Of in de woorden van Antwerpen Open: voor één keer is het niet hij die meer geld heeft, doch hij die meer tijd heeft die eerst kan malen... Net zoals je banale toeristen en trendsettende travellers hebt, heb je kopers en koopjesjagers. En net zoals de traveller steeds op zoek is naar nieuwe plekken, moet de koopjesjager zijn reputatie elke week steeds opnieuw waarmaken door nieuwe Koopjes van de Week. Wie dat voor kunst overdreven vindt, moet z'n blik verruimen. Dan merkt ie niet alleen dat schaarsheid en individuele ervaring hun vertaling naar de scène gevonden hebben: ze zijn ook een courante lokker voor locatievoorstellingen. Zetten de literaire darkrooms van De Nachten en ZT Hollandia's Gen de individuele ervaring al niet centraal, dan zijn ze slechts toegankelijk voor een beperkt, select publiek. Triest hoogtepunt tot nu toe was het Sprookjesbordeel van Peter Verhelst waar welgeteld één iemand per keer werd toegelaten. Die één iemand had dan wel het geluk behoorlijk verwend (lees: gemasseerd) te worden, terwijl de voorstelling in z'n oor gefluisterd werd. Het is de logica van immo-kantoren, exotisch toerisme en high society gereproduceerd in massakunst: exclusief, uniek en helemaal voor jou. Ironisch genoeg heeft die exclusiviteit net een drempelverhogend effect: de Zomer vervangt de vroeger elitaire, want inhoudelijke kloof door een even elitaire, sociale kloof tussen Zij Die Erbij Waren (de happy of beter: de hippe few) en de Rest. Zo creëert een festival dat in essentie beweert aan samenlevingsopbouw te doen een nieuwe kloof in de samenleving. Met Voorstellingen in Huiskamers, gepland voor deze winter, gaat Antwerpen Open verder op het elan van exclusiviteit: in de cleane en sociaal volstrekt gesegregeerde ruimte van de woonkamer wordt aan een wel erg beperkte kring van in timi een authentieke totaalervaring aangeboden. Dat Antwerpen Open deze voorstellingen zal kunnen verzoenen met de haar door de Stad Antwerpen opgelegde eis van gemeenschapsvorming, lijkt overigens bijzonder twijfelachtig.

Maar niet alleen politici verlangen naar een harmonieuze gemeenschap. De hang naar een andere, eenvoudige, authentiekere wereld is eveneens een constante bij de vele artiesten die de Zomer van Antwerpen rijk is. Een student theaterwetenschappen met weinig om handen zou er een vette kluif aan hebben om de hoeveelheid nostalgie in al die voorstellingen te beschrijven. De Zomer onderscheidt zich daar overigens in niets van de algehele bezetenheid door nostalgie die de cultuurindustrie in meer dan ongezonde doses op ons afvuurt. Frietmakerij Berghmans, een voorstelling uit 2002 die een illusoire artisanale frietfabriek voorstelde en De Drijvende Tuinen uit 2000 waar een drijvend tuinvolk landde in het Bonapartedok, zijn slechts enkele voorbeelden van die nostalgische hang naar een harmonieuze maatschappij zonder blunders of criminaliteit en naar de nobele wilde in onszelf. Naast de eerder vermelde Luna-feestjes, verwijzen ook de films à la campagne, de plattelandsfilms die tijdens de Zomer vertoond werden, naar die geïdealiseerde maatschappij. Het is daarbij hoogst verbazingwekkend dat artiesten zich zo gewillig laten inschakelen in een festival waarvan de politieke doelen zo klaar en duidelijk omschreven zijn. Net als travellers moeten theatermakers binnen deze festivals bovendien steeds opnieuw op zoek naar nieuwe authentieke speelplekken of dito bevolkingsgroepen waarmee ze samenwerkingsverbanden kunnen opzetten. Jong-Hollandia mag dan wel trots verklaren dat ze aan locatietheater doen en het niet zelden daar zoeken waar authenticiteit te vinden lijkt: bij een bijstandsgezin, bij lokale fanfares in buurthuizenÂ… wat overblijft is een theatergroep die van locatie naar locatie hopt. Fungeert de locatie al als materiaal voor de voorstelling, dan kan je je afvragen in hoeverre dat ook het geval is met de betrokken 'authentieke' groepen. Het lijkt misschien grotesk om de ongelijke situatie tussen gast (toerist) en gastheer (autochtone bevolking) op theater toe te passen, maar toch: waar blijft de de eerste fanfare die een theatergroep uit het professionele circuit zoekt om een samenwerkingsverband op te zetten?

Vreemd genoeg vinden we veel voorstellingen van de Zomer eerder of later op het seizoen terug op andere plekken. Wie wil, kan bijvoorbeeld Marius, Fanny en César van De Onderneming voor 5650 Euro per keer voor de eigen speelplek boeken en Skagen dook ook op de Gentse Feesten op. Soms vinden ze zelfs hun oorsprong in de verketterde klassieke theaters, zoals Marius van De Onderneming. Naar wens wordt de voorstelling dan in een ander kleedje aangeboden: de vorm aangepast aan de vent. Wie echter meent dat een voorstelling op meerdere plekken rendeert, moet zich in de eerste plaats de ernst en de noodzaak van een voorstelling gemaakt 'op maat van een bepaalde plek of ruimte' afvragen. Die plek en meteen ook de voorstelling lijkt voorlopig alleen te dienen om toeschouwers te verleiden, zoals ook de organisatoren van Theater aan Zee stelden, toen ze hun concept in De Morgen toelichtten. Zolang Antwerpen Open blijft vasthouden aan de authentieke rol waarin ze wijken en buurtbewoners dwingt, kan er geen sprake zijn van volwaardige communicatie tussen gast en gastheer. Indien Antwerpen Open dat zou willen, is het echter zonder meer mogelijk sociale ontmoetingen in het concept van de Zomer van Antwerpen in te passen. Bij Lonely Planet weten ze zoiets al langer: in Zuid-Afrika trakteert de reisboekenmaker je op een sociaal uitje: een gids leidt je langs residentiële wijken, wijkcentra, scholen en klinieken. Bij elke stop is er individueel en persoonlijk contact mogelijk met de locals met wie je dan een praatje kan slaan. Dit jaar maakte de Zomer al de zonsondergang tot één van haar voorstellingen: niets lijkt dan in de weg te staan om ook sociale contacten voor de editie 2004 te vermarkten.

Om te eindigen zou ik willen pleiten voor een locatietheater dat illusies en authenticiteit laat vallen, maar met beide voeten in de vaak harde en heterogene werkelijkheid staat. Een theater ook dat in plaats van van de ene crossover naar de andere locatie te hoppen, zich wat langer ophoudt op de plek waar ze verblijft. Niet om, zoals Johan Simons zegt, binnen die andere wereld een eigen wereld te creëren, maar om de contradicties en bijgevolg weerbarstigheid van elke plek in de voorstelling en op het publiek te laten doorwerken. Het leidt weinig twijfel dat zoiets leidt tot erg onaangename voorstellingen die de mogelijkheid van inbreuken op de persoonlijke fysieke of psychische integriteit altijd openhouden. Alleen zo kan misschien vermeden worden wat momenteel volop in Borgerhout gebeurt: door de 'positieve' invloed van de Zomer trekken de oorspronkelijke bewoners steeds verder weg uit de wijk. In het kielzog van de Zomer en buurttheaters zoals Rataplan en de onlangs gerenoveerde Roma laten jonge tweeverdieners -op zoek naar de hen voorgespiegelde authenticiteit- er immers momenteel de huurprijzen de pan uitswingen. Of die perfecte en cultureel meer en meer gesegregeerde ruimte ook was ontstaan door erg onaangename locatievoorstellingen, is een vraag die ik aan de grenzeloze verbeelding van Antwerpen Open overlaat.

(stevence@yucom.be)

met dank aan Pieter Van Dyck en Floortje en Marc- Jan van Stuggezaal.nl voor de vruchtbare discussies over dit onderwerp.

(1) Dit lijkt een krasse uitspraak, maar wie de uitzending van Koppen over de opening van de Antwerpse Roma zag, weet dat niet makkelijk aan de mantra van verzoeting geraakt wordt. Ter wille van de objectiviteit voerde Koppen eerst een Borgerhoutse Marokkaan op. 'Kijk', zei deze, 'ik zie hier vanavond alleen maar blanke mensen, d'r zit geen enkele allochtoon in het bestuur van de Roma en ikzelf had moeite om hier binnen te geraken. Maar ga es kijken bij de security en kijk es hoeveel Marokkanen daar rondlopen!' Onmiddellijk wordt hij gecounterd door een interview met Bart Peeters die een nietszeggend tekstje afsteekt over Borgerhout dat meer moet feesten en dat dan alles wel in orde ging komen. Besluit Dirk Tieleman: Borgerhout moet meer feesten. Wandeltip: bezoek de fraaie inkomsthal van de Roma en werp een blik op de foto's van de vrijwilligers die met de renovatie van de cinemazaal meegeholpen hebben.

(2) Het hoeft in deze dan ook niet te verbazen dat Antwerpen Open, de organisatoren van de Zomer, bezeten zijn door cijfers. De Zomer van Antwerpen 2003 telde 464 voorstellingen en had 220 598 bezoekers, weten de organisatoren ons te vertellen. Dat de op 25 september op de website van de Zomer van Antwerpen geposte evaluatie gelijkstaat aan de 'Zomer van Antwerpen 2003 in cijfers' is kenmerkend.

(3) Het is opvallend dat de Zomer er een punt van maakt steeds onder de prijzen van de reeds zwaar gesubsidieerde cultuurhuizen te willen gaan en zelfs een aantal voorstellingen gratis aanbiedt. Die prijzenpolitiek staat zelfs ingeschreven in de beheersovereenkomst met de Stad Antwerpen. (Jaarverslag 2002 : p.29) Ze komt daarmee tegemoet aan de subjectieve verzuchting dat cultuur te duur is en voedt daarmee de indruk dat de cultuurhuizen duur en dus elitair zijn, terwijl hun prijzen vergeleken met het buitenland juist erg gematigd zijn. In feite kan ook de prijzenpolitiek van de Zomer met Aldi, Ryanair en de Lonely Planet-gidsen vergeleken worden. In die laatste worden manieren aangeboden om een land zo goedkoop mogelijk te consumeren. Nu al zijn de verhalen over backpackers die boos zijn omdat de prijzen in hun Lonely Planet niet kloppen met de (vaak gedevalueerde) economie van alledag legendarisch. De vraag naar de mate waarin die prijzen in verhouding staan tot reële behoeften, wordt niet gesteld door de Lonely Planet-reiziger die met het beeld van de nobele wilde (arm, maar proper) in zijn achterhoofd van hostel naar hostel trekt.

(4) Authentiek in de ogen van de bezoekers van de Zomer van Antwerpen, want Lillo wordt elke zonnige zondag overspoeld door hordes Antwerpenaren die op de rustieke terrassen hun paling in 't groen komen verorberen. Zouden die er overigens om malen dat huidige Lillo van oorsprong Fort Lillo heette? Het oorspronkelijk Lillo werd namelijk door de grote havenwerken van enkele decennia terug volledig van de kaart geveegd. De oude bewoners namen naast huisraad ook de naam mee naar het verderop gelegen Fort Lillo.

(5) Doel kwam een tijdje terug regelmatig in het nieuws door de bouw van het Deurganckdok, een project van de Antwerpse haven dat het dorp grotendeels onleefbaar zal maken. Tegenwoordig is Doel een desolaat dorp omgeven door reusachtige bouwwerven. De meeste huizen staan er leeg. Sommige worden opnieuw bewoond door de Vrijbuiters, een rechtse organisatie die net als de Zomer van Antwerpen dorpsidealen in de praktijk wil brengen.

(6) In de Duitse deelstaat Niedersachsen liep daarover enige tijd terug een interessante rechtzaak: het Landesgericht Hannover verplichtte toen HLX (een Ryanair-concurrent) per vlucht minstens 10% van de beschikbare plaatsen aan de in de reclame vermelde bodemprijzen aan te bieden. Het gerecht kwam daarmee misnoegde klanten tegemoet. Opvallend is echter dat het systeem waarbij het door bodemprijzen veroorzaakte verlies doorgerekend wordt naar andere, veel duurdere zitjes door het gerecht niet in vraag werd gesteld.

^ Terug naar boven
 

Reacties

Post new comment

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • No HTML tags allowed
  • Lines and paragraphs break automatically.

More information about formatting options

Als maatregel om geautomatiseerde spamrobotten tegen te gaan, vragen wij u het huidige jaar in te vullen. Op die manier kunnen we uw bericht onderscheiden van spam.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.