Annemie Charlier: ‘Inzetten op participatie van andere culturen’

Door Wouter Hillaert, op Tue Jan 15 2013 19:41:25 GMT+0000

Binnen het nieuwe stadsbestuur van Sint-Niklaas, een coalitie van N-VA met sp.a/Groen, levert N-VA de schepen van cultuur. Annemie Charlier is gepokt en gemazeld in het culturele leven van de Wase centrumstad, en wil nu verder bouwen aan het cultuurbeleid van haar voorgangster. ‘Wel zal ik nog meer promoten dat de deuren opengezet worden, zodat nog meer mensen in contact komen met alle mogelijke vormen van cultuur.’

16 januari 2013

Annemie Charlier, 61 jaar, gaf jarenlang les in het technisch en beroepsonderwijs en zetelde van 2001 tot 2006 in de gemeenteraad van Sint-Niklaas. Ze stond tien jaar geleden mee aan de wieg van N-VA en is sinds 2008 arrondissementeel voorzitter en lid van het nationale partijbestuur. Op haar site vermeldt de kersverse schepen: ‘Ik vind dat de N-VA meer acties moet voeren rond sociale thema's. Ook cultuur en onderwijs blijven voor mij zeer belangrijk.’

55_Hillaert_centrumsteden_AnnemieCharlier380.jpgHaar culturele interesse draagt Charlier mee van thuis uit, vertelt ze. 'In het gezin waar ik uit kom, was cultuur sterk gelinkt aan de Vlaamse Beweging. Ik ben zelf naar de muziekschool gegaan, mijn kinderen hebben tekenacademie gevolgd, en ook mijn man is cultureel actief. De culturele wereld is een stuk van ons leven. Ik heb zes jaar in de Cultuurraad van Sint-Niklaas gezeten, ben verbonden aan de Amedee Verbruggenkring en lid van het Davidsfonds en van Marnixring Anton Van Wilderode. Toen ze mij vroegen of ik schepen van cultuur wilde worden, heb ik dan ook onmiddellijk ja gezegd. Cultuur is een deel van mijn zijn: van muziek en musea tot beeldende kunst, toneel en woordkunst.’

Als partij wordt N-VA wel veeleer gelinkt aan de hardere thema’s. Waarom hebben jullie in Sint-Niklaas cultuur geclaimd?

‘Die hardere thema’s, dat speelt meer op nationaal vlak. In Sint-Niklaas hebben we juist een lange traditie met cultuur: Nelly Maes is hier cultuurschepen geweest, en ook de nieuwe burgemeester Lieven Dehandschutter is zijn carrière begonnen als schepen van cultuur. Cultuur is dan ook een thema dat al erg leefde bij de Volksunie. Als je die hele culturele Vlaamse Beweging mee in ogenschouw neemt, is N-VA wel betrokken op cultuur.’

Hoe zou u de huidige cultuurvisie van N-VA dan beschrijven? Hoe verhoudt die zich tot de traditie van de Vlaamse Beweging?

‘Er is op voortgebouwd, maar ze is helemaal niet meer dezelfde. Dat kan ook niet. De culturele wereld is geëvolueerd en wij evolueren mee. Zelf ben ik zeker en vast niet iemand die continu achterom kijkt en zegt: “toen was het beter”. Ik heb een heel open kijk op het culturele veld in deze stad. Iedereen ziet de Vlaamse Beweging nog steeds als vlaggenzwaaiers in korte broek: ik word er ongemakkelijk van! Ik vind dat zo’n eenzijdig beeld, zo’n stemmingmakerij. Er is nog een heel klein stukje van de politieke zijde van de beweging met vlaggenzwaaien bezig. De culturele Vlaamse Beweging zwaait al niet meer met vlaggen sinds de jaren 1970 en 1980, toen ik jong was. Lees onze teksten, bekijk onze activiteiten: die hebben daar niets meer mee te maken. Wat staat er in het N-VA-cultuurprogramma voor Sint-Niklaas? Op vier bladzijden staat er één paragraafje over de Vlaamse feestdag. Al de rest gaat over de bib, het stadsarchief, de cultuurraad, de stedelijke cultuurinstellingen, monumenten, …’

Om toch bij dat ene paragraafje over de Vlaamse feestdag te beginnen: ‘De evenementen ter gelegenheid van het Feest van de Vlaamse Gemeenschap moeten verder evolueren in de richting van een echt volksfeest’, ook in de week voor 11 juli. Waarom?

Iedereen ziet de Vlaamse Beweging nog steeds als vlaggenzwaaiers in korte broek: ik word er ongemakkelijk van!

‘Cultuur wordt toch ook gesponsord door de Vlaamse Gemeenschap? Cultuur behoort niet meer tot de federale materie. Ik wil dat culturele verenigingen daar ook een zekere fierheid over tonen: “dit wordt gemaakt in Vlaanderen”. Dat heeft niets met je politieke overtuiging te maken. Wij wonen hier, wij leven hier. Als de centen van de Vlaamse Gemeenschap komen, dan ben je fier op die Vlaamse Gemeenschap. En daarmee is het allemaal gezegd.’

Waar moet cultuur in een stad of een lokale gemeenschap toe dienen?

‘Cultuur is een van die zaken die sterk bijdragen aan gemeenschapsvorming en inclusie: dat iedereen op vele verschillende vlakken kan deelnemen aan de maatschappij. Die wisselwerking tussen verschillende culturen en cultuurvormen maakt juist de rijkdom van onze samenleving. Dat wil ik in een centrumstad als Sint-Niklaas nog veel meer promoten: synergieën tussen alle mogelijke vormen van cultuur, maar ook synergieën tussen alle verschillende culturele groepen. Nu zie ik nog altijd veel te weinig deelname van “andere mensen”. En daarmee bedoel ik niet alleen “allochtonen” – mensen die hier al dertig jaar wonen, noem ik eigenlijk liever geen “allochtonen” meer – maar ook mensen die het maatschappelijk moeilijker hebben. We moeten veel meer proberen om alle deuren open te zetten en de deelname aan cultuur zo laagdrempelig mogelijk te maken. In Sint-Niklaas gebeurt dat met de kansenpas. Dat vind ik een heel goed instrument. Via het OCMW kunnen mensen aan heel lage tarieven deelnemen aan sport en culturele evenementen. En culturele verenigingen die hun prijzen aanpassen, krijgen daarvoor extra middelen van de stad.

Omdat ik tegelijk schepen van toerisme ben, wil ik het culturele leven van deze stad ook toeristisch meer uitspelen

Tegelijk wil ik dat verschillende culturen zich meer vermengen. Kijk naar het Davidsfonds. Mensen van andere culturen komen daar niet naartoe, terwijl er toch dikwijls over interessante onderwerpen gepraat wordt. Of neem muziekclub ’t Ey. Die programmeert ook Turkse, Senegalese of Marokkaanse groepen, maar ook daar vinden mensen uit die culturen de weg niet naar. Waarom blijft die drempel zo hoog, terwijl zo’n concertje niet meer dan 6 tot 8 euro kost, en voor kansenpassers maar 3 of 4 euro? Dat moeten we onderzoeken, door eerst bij die gemeenschappen zelf te gaan luisteren: “waarom komen jullie niet?” Het moet toch mogelijk zijn dat mensen kunnen genieten van een concertje uit hun eigen achtertuin, uit het land waar ze ooit vandaan kwamen? De komende zes jaar wil ik daar iets aan loswrikken. Ik weet niet of me dat zal lukken, maar als je niets doet, moet je achteraf niet zeggen: “ze komen niet”.’

Waar wil u het verschil maken met de vorige legislatuur?

‘Sta me eerst toe te zeggen dat we een heel goede schepen van cultuur gehad hebben. Lieve Van Daele (CD&V, wh) was als schepen alomtegenwoordig, verdedigde haar sector overal, en had heel veel oog en oor voor de noden van de cultuursector. Ik ben echt van plan om op haar beleid door te gaan, maar ik wil dus nog meer inzetten op participatie. En omdat ik tegelijk schepen van toerisme ben, wil ik het culturele leven van deze stad ook toeristisch meer uitspelen, en zo de bekendheid van Sint-Niklaas in de regio vergroten. Nu zijn het nog te veel de mensen van Sint-Niklaas zelf die hier van cultuur genieten, en minder die van Lokeren of Beveren. Verder vind ik jeugd erg belangrijk. Als je als cultuurschepen niet samenwerkt met je collega van jeugd, en met wat de jeugdraad en de jeugdverenigingen willen, dan mis je een belangrijke aansluiting. Ook de cultuurwereld moet openstaan voor de cultuur van de jeugd.’

Uit jullie verkiezingsprogramma sprak wel een opvallend pleidooi voor een meer terugtredende lokale overheid, als het op cultuur aankomt. Doet de stad te veel zelf?

55_Hillaert_centrumsteden_AnnemieCharlier2380.jpg‘Het bestuur moet vooral regisseren: partners bij elkaar brengen en dat overleg ondersteunen. Aan je verenigingen en je culturele instellingen moet je de vrijheid geven om zelf een beleid te ontwikkelen. Als bestuur heb je wel de democratische controle over de centen die ze krijgen. Dat is niet mijn geld, noch dat van het stadsbestuur. Het is het geld van de mensen die hier wonen. Wordt er met dat geld juist omgesprongen? Beantwoordt de programmering aan wat de bevolking verwacht van de cultuursector? Dat is voor elk bestuur een belangrijke richtvraag.’

Hoe kan u die afstemming met de verwachtingen van de bevolking controleren?

‘Door veel op het terrein te zijn, mensen te bevragen en te evalueren wat je doet. Als je dingen organiseert waar geen volk op afkomt, wil dat zeggen dat er geen draagvlak voor is, of geen vraag naar is. Moet je dan niet eerlijk zeggen: “Misschien zitten we op een verkeerd spoor, en moeten we inzetten op iets anders?” Als culturele sector moet je je aanbod regelmatig in vraag kunnen stellen. Een goed voorbeeld is WACCO: het Waas Overlegplatform van Culturele Centra, met een paar naburige gemeenten. Daarmee vermijden we dat we op tien kilometer van elkaar op drie weken tijd dezelfde toneelstukken programmeren. Dat is een heel interessant instrument. In Sint-Niklaas hebben we ACCSI: de vzw van de stedelijke culturele instellingen, waar politici en ambtenaren in zetelen samen met vertegenwoordigers van de culturele sector. Ook zij moeten zichzelf af en toe bevragen: zijn we goed bezig?’

En als dan zou blijken dat er te weinig volk naar het toneelaanbod van de Schouwburg komt voor de verwachtingen van de bevolking? Gaat u dan verder dan uw regierol?

‘Dan moeten we in die vzw overleggen of we voor het volgende seizoen nog naar gelijkaardige stukken op zoek gaan. Je moet toch kunnen spreken over het resultaat van je programmering? Nu loopt de abonnementenverkoop in Sint-Niklaas wel vrij vlot, dus ik zie weinig problemen. Maar of de mensen ook echt tevreden zijn, zou je eens kunnen laten beoordelen op een papiertje na elke voorstelling: vonden ze het goed? Dat kan je dan in je evaluatie meenemen: denk je in dezelfde richting of probeer je iets anders uit? Programmeren is niet makkelijk, dat kan al eens foutlopen. Dat vind ik op zich niet erg. En ook niche moet kunnen: je moet al eens iets durven programmeren voor een beperkt aantal mensen. Wie enkel voor de gemiddelde mens programmeert, krijgt eenheidsworst. Maar het belangrijkste is: bevraag steeds je aanbod.’

Vooral aan erfgoed besteedde jullie verkiezingsprogramma veel aandacht. Profileert N-VA zich op erfgoed?

Wie enkel voor de gemiddelde mens programmeert, krijgt eenheidsworst

‘Dat heeft alles te maken met de interesses van burgemeester Lieven Dehandschutter. Hij was een van de ontwikkelaars van de art deco wandelingen in Sint-Niklaas. Art deco zorgt hier voor een uniek patrimonium in vergelijking met andere centrumsteden, en daar wil ook ik aandacht voor blijven claimen. Brugge koestert toch ook zijn middeleeuwse erfgoed? Dat heeft niets te maken met nostalgie. Dat is wat we hebben, en dat moeten we bewaren. Daar moeten we mee vooruit. We hebben ook de grootste Markt van België, en dat kan je wel eens in een brochure vermelden, maar erg ver zal je daar niet mee springen, he?’

Veel aandacht ging ook naar het culturele verenigingsleven.

‘Ja, Sint-Niklaas telt meer dan 200 culturele verenigingen: zij spelen een cruciale rol in die gemeenschapsvormende functie van cultuur, dat kan je niet negeren. Wie er nu nog een beetje buitenvallen, zijn de semiprofessionele spelers: ’t Ey, De Casino, Theater Tieret, Jeugdtheater Ondersteboven. Zij moeten het vooral hebben van projectsubsidies, terwijl we hen graag meer structureel zouden willen ondersteunen. Zij zijn de ambassadeurs van de stad: zij maken het culturele leven van Sint-Niklaas ruimer bekend. Dat moeten we honoreren.’

Wat zijn daar de financiële mogelijkheden voor? Het is een publiek geheim dat vele centrumsteden de komende zes jaar krap bij kas komen te zitten.

‘Het spook van de besparingen waart inderdaad rond, ook in Sint-Niklaas. Binnen het budget dat vandaag beschikbaar is, zal ik moeten bekijken wat er kan gebeuren, en wat helemaal niet kan. Veel beleidsruimte voor nieuwe en dure initiatieven is er niet, zeker niet de eerste drie jaar. Maar ook met weinig geld kan je creatief zijn.’

U zal dus een aantal dingen moeten schrappen?

‘Of anders doen. Of dingen combineren door samenwerking. In een periode met veel geld kan je vele initiatieven steunen, maar nu zullen we het financiële plaatje grondig moeten afwegen. Ik kan wel al zeggen dat er aan de ondersteuning van de culturele en de sportverenigingen niet sterk geraakt zal worden. Daarover zitten we met onze coalitiepartners op één lijn. En ook voor andere cultuurthema’s gaan de verschillen met de partijprogramma’s van sp.a/Groen enkel over punten en komma’s. Het wordt dus geen cultuurschok, met N-VA aan de macht.’

Dat is nochtans wel de indruk die de cultuursector lijkt te hebben: men spreekt al van een heuse ‘cultuurkamp’ met N-VA. Wat zien opiniemakers dan verkeerd?

55_Hillaert_centrumsteden_AnnemieCharlier3380.jpg‘Dat weet ik niet. Het komt mij voor dat ze een aversie hebben tegen N-VA op zich. Het is natuurlijk ieders goed recht om zich tegen N-VA af te zetten, maar toch niet omdat wij de Vlaamse identiteit naar voren schuiven? Dat begrijp ik niet. Schrik dat wij een paar dingen zullen afschaffen? Wij schaffen helemaal niks af. Ik zou niet weten wat er in Sint-Niklaas afgeschaft zou moeten worden, integendeel. Men lijkt ervan uit te gaan dat N-VA’ers een afkeer hebben van moderne kunst en kunstenaars, maar dat is totaal niet correct. Louis Paul Boon: ik lees dat doodgraag. Sprakeloos: een prachtig boek. Tijdens de vorige bestuursperiode is er rond die roman van Tom Lanoye, die zich in Sint-Niklaas afspeelt, zelfs een heel project uitgewerkt met cultuurschepen Lieve Van Daele en toerismeschepen Lieven Dehandschutter. Dergelijke toeristische wijkwandelingen, rond aantrekkingspolen in de stad, gaan we ook de komende legislatuur verder ontwikkelen. Er wordt bijvoorbeeld gedacht aan Paul Snoek. Zelf ben ik een alleslezer. Ik lees niet omdat meneer x of mevrouw y die of die politieke voorkeur heeft. Ik sta open voor alle literatuur, zolang het maar goed geschreven is. Enfin, ik begrijp die afkeer van een paar cultuurmensen tegen N-VA dus helemaal niet.’

**Ook niet na columns als die van Bart De Wever, waarin de hedendaagse kunstensector verweten wordt een eng elitair clubje te zijn?  **

‘Ja, Bart De Wever is soms polariserend, dat klopt. Zelf ben ik dat minder. Iedereen zingt zoals hij gebekt is, zeker?’

Maar heeft hij gelijk, vindt u? Vormen de kunsten een te besloten clubje?

‘Nu, als je luistert naar mensen op straat, vinden zij dat vaak wel: dat kunstenaars te zeer met zichzelf en met hun kunst bezig zijn. Vraag maar na bij de gewone mensen. Daarom moet het cultuurbeleid van een stad de kunsten opentrekken en toegankelijk maken voor iedereen.’

Wil dat zeggen: mensen in contact brengen met wat kunst in de diepte betekent? Of wil dat zeggen: veranderen wat dat elitaire kringetje doet?

‘Nee, de kunst moet niet veranderen. Elke kunstenaar heeft het recht om zich te uiten zoals hij vindt dat hij zich moet uiten. Alleen moet de goegemeente daar aansluiting bij vinden. En dan moet de gewone man zelf maar oordelen of hij dat kunst vindt of niet. Alleen gaan 70-75% van de mensen niet naar moderne of andere kunstvormen kijken. Als ik de Stadsmonitor mag geloven, ligt de culturele participatie in Sint-Niklaas weliswaar hoger dan de participatie aan sport, maar nog steeds participeert een groot deel van de bevolking te weinig aan kunst. Daar zouden kunstenaars zich misschien ook wat meer bewust van moeten worden: dat kunst niet alleen voor dat kleine groepje ingewijden of geïnteresseerden is. Ze leven en werken toch met heel veel geld van de gemeenschap, ze worden gesubsidieerd op alle mogelijke manieren. En daar heb ik niets tegen, he! Ik wil dat niet terugschroeven. Maar als je gesubsidieerd wordt, moet je die gemeenschap ook proberen te bereiken. Al was het maar om aan de mensen te tonen: dit doe ik met uw geld. Daarom sta ik helemaal achter die wandeling rond Sprakeloos: die liep de hele zomer lang, elke donderdag, in die Elisabethwijk, voor toch heel wat mensen.’

Jullie willen ook de stedelijke subsidieverdeling voor culturele spelers meer objectiveren?

‘Ja, het is niet omdat je de weg kent in het stadhuis, dat je meer middelen moet krijgen dan iemand die de weg niet kent. Ik zeg niet dat dat vandaag zo gebeurt, want tijdens de voorbije legislatuur is de regeling voor cultuursubsidies in Sint-Niklaas in de goede richting hervormd. Wie dat papier juist invult, wordt vrij objectief beoordeeld door alle leden van de Cultuurraad, en dan wordt er een gemiddelde gemaakt. Geld geven gebeurt niet met de natte vinger. Toch blijf ik het gevoel hebben dat wie weet hoe dat papier beoordeeld wordt, nog te veel voordelen heeft. Er kan nog beter geobjectiveerd worden.’

Als je gesubsidieerd wordt, moet je die gemeenschap ook proberen te bereiken

Voor organisaties die onder het Kunstendecreet vallen, gebeurt het wel minder objectief. Waarom krijgt De Casino zoveel, WARP zoveel en Lazarus niets?

‘Ik weet niet of meer objectivering daar wenselijk is. Voor de verenigingen is er een reglement, die steun valt te verantwoorden. Voor de andere culturele spelers denk ik dat het interessant is om centen te krijgen in een soort budgethouderschap, waar ze dan zelf mee kunnen werken.’

Maar hoe hoog dat bedrag is, bepaalt u als cultuurschepen zelf? In vele steden klaagt de sector daarover.

‘Ja, hier in Sint-Niklaas klaagt men ook over die bedragen als ze vergeleken worden met het geld dat naar sport gaat. Als je dat objectief bekijkt, klopt dat verschil ook. Alleen moet je alles in rekening brengen. Hoeveel geld er naar de gebouwen van cultuurorganisaties en naar werknemers in de cultuursector? Ik heb daar nu nog geen kijk op, ik zeg niet of dat te veel of te weinig is. Maar als je wil vergelijken, moet je het hele plaatje bekijken. Een amateurgezelschap dat de schouwburg huurt, krijgt daar technici bij, dat is ook een financiële bijdrage. Zo moet je ook de politie voor voetbalmatchen meerekenen. Vergelijkingen maken is niet makkelijk.’

Hoe wilt u over zes jaar herinnerd worden als cultuurschepen?

‘Ik hoop dat de participatie aan cultuur dan verbeterd zal zijn. En dat de plannen om van de bibliotheek en het stadsarchief “het huis van de stad” te maken, finaal gerealiseerd worden. We hebben nu al een dynamische bibliotheek, maar over zes jaar moet er in Sint-Niklaas een nieuwe staan: een plek waar iedereen binnen en buiten kan lopen en waar iedereen zich thuis voelt. Verder zou ik Sint-Niklaas graag meer op de kaart zetten op museaal vlak. Met het Mercatormuseum beschikken we over een uniek museum qua cartografie, en dat moeten we in Vlaanderen meer in de verf zetten. Met de ideeën van de conservator moet het mogelijk zijn om tegen 2018 in Sint-Niklaas een museum te hebben met een landelijke erkenning. Allemaal uitdagingen waar ik veel zin in heb.’

Dit interview kwam tot stand met steun van Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek, en past in een reeks die het cultuurbeleid van de centrumsteden onder de loep neemt. Lees ook deel 1: ‘investeringen’, deel 2: ‘de kunsten’deel 3: ‘het kerntakendebat’,deel 4: 'N-VA aan zet' en deel 5: 'besparingen'. Een tweede interview, met N-VA-cultuurschepen Willy Van Geirt van Turnhout, vind je hier._

logo_fondspascaldecroos.png

Wouter Hillaert is podiumredacteur en coördinator van rekto:verso.